Vertrouwenscrisis? Mensen vertrouwen wetenschappers prima.

door

in

Goed nieuws! Mensen hebben nog steeds vertrouwen in wetenschappers en wetenschap. Dat blijkt uit twee grootschalige onderzoeken die de afgelopen weken zijn gepubliceerd. In Nature Human Behaviour publiceerden onderzoekers de resultaten van een vragenlijst waarmee het vertrouwen in wetenschappers werd gemeten. Kort daarna kwam de Eurobarometer met de resultaten van haar onderzoek naar de kennis en houding van Europeanen ten opzichte van wetenschap en technologie. De overkoepelende conclusie: het idee van een wereldwijde vertrouwenscrisis in de wetenschap klopt niet. 

Vertrouwen in wetenschappers

Om het vertrouwen in wetenschappers te meten, werkten maar liefst 241 wetenschappers samen om een vragenlijst te verspreiden over 68 landen. Uitzonderlijk, want eerder onderzoek naar vertrouwen in wetenschap richtte zich vooral op landen in het Mondiale Noorden, zoals Europa en de Verenigde Staten. De grote samenwerking had resultaat: meer dan 70.000 burgers vulden de vragenlijst in.

Uit hun antwoorden bleek dat op een schaal van 1 (zeer laag) tot 5 (zeer hoog), het wereldwijde gemiddelde vertrouwen in wetenschappers op een 3,6 ligt. In Nederland, waar onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en de Erasmus Universiteit Rotterdam meewerkten aan de studie en bijna 1500 mensen de vragenlijst invulden, ligt het gemiddelde een fractie lager, op 3,5.

‘Het vertrouwen is in het algemeen best hoog, maar je ziet wel variatie over de landen heen. Die geografische spreiding kwam ook al in eerdere onderzoeken naar voren’, vertelt Bastiaan Rutjens, universitair hoofddocent bij de afdeling psychologie van de Universiteit van Amsterdam. Sterk aan de studie is de manier waarop ze vertrouwen hebben onderzocht, legt Bastiaan uit: ‘In oude onderzoeken wordt er vaak maar met een paar items gekeken naar vertrouwen, maar in deze studie is het beter geoperationaliseerd. Wij kunnen in onze eigen PsySci lab door dit soort onderzoek ook betere instrumenten gebruiken voor ons eigen onderzoek. Het geeft ons nieuwe gevalideerde maten voor in onze gereedschapskist’.

Houding over wetenschap en technologie

Kort nadat de wetenschappers deze resultaten publiceerden, kwam de Eurobarometer met een onderzoek dat meer dan 34.000 Europeanen naar hun kennis en houding ten opzichte van wetenschap vroeg. Dit onderzoek laat zien dat 83% van hen de invloed van wetenschap in de samenleving positief vindt. In Nederland is zelfs 91% redelijk tot zeer positief. Ook vindt in Nederland 86% van de deelnemers dat keuzes over wetenschap en technologie voornamelijk op advies van experts moeten zijn gebaseerd en niet op wat het grootste deel van de bevolking vindt.

Deze studies laten dus beiden een positief beeld zien als het gaat om het vertrouwen in de wetenschap, terwijl er vaak geluiden rondgaan dat het hier slecht mee gesteld staat. ‘Soms denk ik wel eens dat er een probleem wordt gecreëerd wat er misschien niet echt is’, vertelt Bastiaan. ‘Mensen denken namelijk dat veel andere mensen sceptisch zijn tegenover wetenschap, maar dat beeld komt ook omdat ze er niet met elkaar over praten. Als ze dat wel doen, dan blijkt het best wel mee te vallen.’

Wetenschapscommunicatie in Nederland

Specifiek voor wetenschapscommunicatie bieden beide studies interessante inzichten. Zo blijkt uit het wereldwijde onderzoek dat 76% van de deelnemers vindt dat wetenschappers over wetenschap moeten communiceren met het publiek. Vergelijkbare bevindingen kwamen uit het onderzoek van de Eurobarometer waar bijna de helft van de deelnemers (48%) vindt dat wetenschappers meer tijd moeten steken in het ontmoeten van mensen zoals zijzelf en aan hen uitleggen wat voor een werk een wetenschapper doet. Op dit moment vindt slechts 23% van de deelnemers dat wetenschappers hier voldoende tijd in steken. Bovendien geeft 43% van de Nederlandse deelnemers aan dat wetenschappers slecht zijn in communiceren. Oftewel, er is behoefte aan meer wetenschapscommunicatie onder de Nederlandse deelnemers.

De manier waarop de deelnemers wetenschapscommunicatie tot zich nemen, blijkt gevarieerd. Het onderzoek van de Eurobarometer laat zien dat de meeste deelnemers (58%) in aanraking komen met wetenschap en technologie door documentaires te kijken, boeken of magazines te lezen of podcasts te luisteren, of door met familie of vrienden erover te praten (52%). In Nederland liggen deze percentages iets lager: 47% consumeert regelmatig wetenschap-gerelateerde informatie, 40% af en toe. Ook heeft 40% het regelmatig met familie of vrienden over wetenschap, 43% af en toe.

Bron: European citizens’ knowledge and attitudes towards science and technology, Eurobarometer report, p.211.

Vertrouwen vergroten?

Maar hoe kan wetenschapscommunicatie concreet bijdragen aan vertrouwen in wetenschappers? Al deden de onderzoekers van de wereldwijde studie daar geen concreet onderzoek naar, hebben ze wel advies voor wetenschapscommunicatie. Het viel ze namelijk op dat deelnemers wetenschappers hoog scoorden op ‘deskundigheid’, maar laag scoorden op de eigenschap ‘openheid’. Op basis van deze bevinding suggereren de onderzoekers dat wetenschappers beter kunnen luisteren naar feedback, transparanter kunnen zijn over hun financiering en databronnen en dat ze meer kunnen investeren in de communicatie over wetenschap met het publiek. Wellicht helpt dat om open op mensen over te komen en zo meer vertrouwen op te wekken.

Ook Bastiaan adviseert te blijven investeren in vertrouwen in de wetenschap: ‘Waar ik bang voor ben is dat je als wetenschap denkt dat het wel goed zit met het vertrouwen en dat je dan dus niets meer hoeft te doen.’ Dat is echter niet zo. ‘Mensen kunnen problemen hebben met een specifiek type wetenschap, zoals bijvoorbeeld klimaatwetenschap, die er voor hen toe doet. Een belangrijk opgave is dan hoe je die mensen kan overtuigen van het belang van wetenschap, als het schuurt met hun eigen wereldbeeld’.