
Franeker, 12 september 2026
Geachte vrijwilligers van de Academie van Franeker, geacht college van hoogleraren, geacht gemeentebestuur, gedeputeerde van de Provinsje Fryslân, geacht bestuur van de Academie van Franeker, geachte aanwezigen.
Wat een voorrecht om hier vandaag te zijn om alweer het negende academisch jaar van Franeker te mogen openen, en dat met zo’n prachtig thema als ‘De Waarde van Wetenschap’. Toen u dit vooraf las op de website had u hier wellicht al eerste ideeën bij en in deze korte opening wil ik die graag wat verder met u verkennen.
Als Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving is het onze missie om de samenleving en de wetenschap dichterbij elkaar te brengen. Dat doen we onder andere door onderzoekers te adviseren hoe ze het gesprek met verschillende doelgroepen in de samenleving zo goed mogelijk aangaan. In andere woorden, hoe ze met betere communicatie over wetenschap meer waarde creëren voor wetenschap en samenleving.
In ons jonge bestaan mochten we al meerdere keren in Franeker te gast zijn, sterker nog: ons eerste werkbezoek was in Franeker. Waarom Franeker? Wellicht was het een bedevaart naar een van de plekken die met goed recht door kan gaan als de bakermat van de wetenschapscommunicatie: het planetarium van Eise Eisinga uit 1781. Waar tot op de dag van vandaag de verwondering over het klokwerk die we onze nachtelijke hemel noemen wordt omgezet in verdieping over wetenschap, natuur en techniek.
In ieder geval wilden we naar Franeker omdat hier nog iets anders bijzonders is gesticht, een stuk minder lang geleden. In 2017 ontstond hier namelijk iets aparts. Iets nieuws dat voortkwam uit een behoefte en een diepgeworteld cultureel en historisch besef van wat dit voor een plek is1. Vanuit het besef dat de samenleving van Franeker zich nog altijd sterk identificeerde met het academisch verleden en daar meer mee wilde doen.
Ik heb het natuurlijk over de Academie van Franeker zelf.
Als ik mensen buiten Franeker in een zin uit moet leggen wat de Academie van Franeker is, dan houd ik het meestal op: een Studium Generale, maar dan zonder universiteit.
Voor wie onbekend is met de term Studium Generale geef ik een korte toelichting.
Studia Generalia zijn programma’s waarin universiteiten kennis willen delen met publieken anders dan de wetenschappers die reeds aan ze verbonden zijn. Deze programma’s zijn soms gericht op studenten, dan weer op medewerkers, maar zeker ook op burgers, boeren en buitenlui.
Samen met vele andere vormen van publieks- en wetenschapscommunicatie, zijn ze een voorbeeld van een behoefte vanuit de wetenschap om kennis te delen. Om de waarde van de wetenschap te tonen.
Maar als we het over de waarde van wetenschap hebben, waar hebben we het dan over?
De waarde van wetenschap voor de wetenschap?
De waarde van de wetenschap voor de maatschappij, voor de samenleving?
In het gesprek over de waarde van wetenschap neigen veel onderzoekers en bestuurders van universiteiten en instituten de waarde van die vrije, ongebonden wetenschap te benadrukken. De wetenschap als unieke vrijplaats voor onafhankelijke denkers met bijzondere ideeën. Een welhaast utopisch land van verwondering en ontdekking waar we ons mijmerend in kunnen verliezen. De wetenschap en de wetenschapper moeten in deze ideale ‘commune'2 vooral vrij zijn. Vrij van invloeden van buitenaf; vrij van afleiding en dus vrij om de eigen koers te bepalen.

Say Wad Fotografie
Wetenschap voor de wetenschapper.
We koesteren dit mythische beeld als een vage herinnering uit vervlogen tijden. En met dit beeld komt het idee dat vooral fundamentele wetenschap de meeste impact heeft op de samenleving, als je maar geduld hebt. Ook ik had als onderzoeker dit ideaalbeeld in mijn achterhoofd als ik ploeterend achter opstellingen met meetinstrumenten en lasers, op het laboratorium verscholen in een letterlijk donkere kamer, afgesloten van de buitenwereld, op zoek naar antwoorden.
Maar vrijheid komt met verantwoordelijkheid en verantwoording ten opzichte van hen die de wetenschap collectief financieren. En met dat besef komt de vraag wat dan eigenlijk de waarde van de wetenschap is - voor de maatschappij.
Dat de maatschappij het belang van wetenschappelijk onderzoek inziet, lijkt op het eerste gezicht eigenlijk niet echt ter discussie te staan. Jaar op jaar laten enquêtes van het Rathenau Instituut3 maar bijvoorbeeld ook het RTL Nieuwspanel een heel consistent beeld zien: de burger vertrouwt de wetenschap. Sterker nog: deze geeft de wetenschap gemiddeld zo’n 7,5 op de schaal van 10. Dat is meer dan welk ander instituut ook: de rechtelijke macht, de overheid, de politiek of de media.
Respondenten hebben ook veel eerste positieve associaties bij ‘wetenschap’ en zien vaak het belang van wetenschap in het algemeen. Angst dat ‘de mensen’ ‘de wetenschap’ niet meer vertrouwen, lijkt op het eerste gezicht dan ook ongegrond.
Het vertrouwen is hoog, maar ook weer niet4…
Een gemiddeld cijfer over vertrouwen vertelt niet het hele verhaal. Wat we in de samenleving zien aan tegenstellingen en polarisatie lijkt ook wel degelijk vat te krijgen op de wetenschap. Onderwerpen die we niet al te lang geleden nog zagen als ‘niet-controversieel’ blijken inmiddels toch ter discussie te staan. Er zijn zorgen over een dalende vaccinatiegraad, de invloed van stikstof op ons milieu, maar ook over de maatregelen ertegen. Ook zijn er grote zorgen over de impact van AI.
Zorgwekkender is nog dat groepen verder uit elkaar komen te staan. Sommigen geven de wetenschap een klinkende tien terwijl een kleine maar onderscheidbare groep een dikke onvoldoende uitdeelt. Deze kloof hebben we pas kortgeleden ‘ontdekt’ omdat we er simpelweg eerder niet naar keken. Opvallender nog is dat, wanneer we de vraag hoe mensen tegen wetenschap aankijken toespitsen op een gepolariseerd onderwerp, bijvoorbeeld klimaatverandering, de cijfers voor het vertrouwen in het bijbehorende wetenschapsdomein dalen.
En vertrouwen is nog geen waardering…
Hebben burgers het gevoel dat de wetenschap een maatschappelijk bijdrage levert op onderwerpen als ouderenzorg, een gezonde democratie of het verminderen van inkomensongelijkheid? Uit onderzoek blijkt dat bij sommige thema’s minder dan de helft denkt dat de wetenschap daar een positieve bijdrage aan levert.
Dit signaal moet de wetenschap zich echt aantrekken.
Sommigen vatten dit signaal op als een aanmoediging om zich terug te trekken. Door wetenschap minder vaak te verbinden met de (soms boze) buitenwereld, en door politiek beladen discussies vooral maar te vermijden. Je openstellen voor dergelijke discussies schendt immers je neutrale positie, je objectiviteit. Een terugslag naar het klassieke beeld van een universiteit die zich op de ‘kernactiviteiten’ richt5.
Maar is dat werkelijk een realistische opvatting over de rol van de wetenshap in de samenleving? Hoe kan wetenschap überhaupt bijdragen aan maatschappelijke opgaven als uitwisseling hierover wordt ontmoedigd? Is het eigenlijk niet gewoon een belediging voor de professionaliteit van de wetenschapper om aan te nemen dat dit niet kan? Waarom zou deze niet uit eigen beweging en met het goede redenen de kwaliteit van kennis willen verreiken met expertise en vragen van buiten de muren van de academie? Het is toch in ieders belang, dus ook die van de wetenschap zelf, dat we vragen onderzoeken die er echt toe doen?
Nee, laten we het signaal dan ook heel anders opvatten!
Wij zien het als signaal dat de samenleving juist meer betrokken wil zijn. Een signaal dat het tijd is om het gesprek aan te gaan over de zorgen, observaties, vragen maar ook de verwondering van burgers. Niet louter omdat negeren slecht is voor ‘de wetenschap’ maar omdat we blijkbaar een belangrijke perspectief missen – namelijk dat van de burger. En daarmee dus ook maatschappelijke waarde, en waardering mislopen.
Een nauwere band met de samenleving dus, maar hoe dan?
Een zin die je vaak hoort als het gaat om deze interactie is: ‘we moeten het nog beter uitleggen’ of ‘we moeten onze maatschappelijke meerwaarde nog beter laten zien’. En dat is op zich geen gek idee natuurlijk. Als je niet communiceert over wat je doet, waarom zou je dan verwachten dat anderen hiervan op de hoogte zijn of een positief beeld van je hebben?
Maar er zitten ook keerzijden en vooral beperkingen aan dit ‘eenrichtingsverkeer’, aan deze zendingsdrang.
Een eerste keerzijde is de houding. Omdat de wetenschap in de kern een bezigheid is waarin kennis wordt vergaard, bekruipt de beoefenaars al snel het gevoel dat zij de ‘wijsheid in pacht hebben’. In zekere zin is dat ook zo, ware het niet dat wetenschap slechts een van de vele vormen van kennis is.
In de samenleving is ongelooflijk veel praktijkervaring en professionele expertise aanwezig. Er zijn veel andere vormen van kennis die we meer op waarde zouden moeten schatten dan we nu doen. Kennis die op een hele andere wijze dan de ‘wetenschappelijke’ worden vergaard en verzameld maar van groot belang zijn voor de relevantie van de vragen die wetenschappers stellen en het type kennis dat zij vergaren.
Of, zoals een collega van mij laatst opwierp bij een bijeenkomst met wetenschappers over wetenschapscommunicatie: ‘Zou de wetenschap soms ook iets aan de samenleving kunnen hebben?’
Het delen van observaties, zorgen en ideeën met als doel om samen tot betere vragen te komen, stelt ons in staat om betere data te verzamelen en te reflecteren op de betekenis van de uitkomsten. Als we de wetenschapscommunicatie en daarmee dus ook de wetenschap, veel meer in zouden richten als tweerichtingsverkeer, als een gelijkwaardige dialoog, dan komen we samen verder.
Een tweede probleem is dat ‘het nog een keer uitleggen’ ook geen recht doet aan wat wetenschap in de kern is: een proces van gecoördineerde twijfel.
Wetenschappers belanden vaak in de rol van antwoordmachine. De ‘leek’ of ‘de politiek’ mag dan een vraag stellen waar de wetenschap het liefst klip-en-klare antwoorden op moet geven. Op het eerste gezicht een positieve rol en in vele situaties past deze rol ook. Dit wordt al snel minder als die antwoorden er niet zijn, of zoals vaker in de wetenschap, de antwoorden incompleet zijn.
Een oplossing zou zijn om vaker open te praten over hoe het proces van onderzoek doen eigenlijk verloopt. En vaker ingaan op de grenzen die er zijn aan het weten. Om niet-wetenschappers mee te nemen in hoe lastig het is om een toetsbare vraag te formuleren, hoe veel factoren er mee spelen in het komen tot een antwoord en hoe lastig het is om met niet-overlappende en rommelige resultaten te komen tot een gezamenlijk gedragen beeld van de werkelijkheid.
Dat ook wetenschappers het vaak oneens zijn met elkaar – dat is hun vak.
Niet alleen de samenleving, maar ook de wetenschap is – gelukkig – steeds in beweging. De laatste tijd groeit het aandeel onderzoekers, bij hogescholen, onderzoeksinstituten, UMC’s en universiteiten, die een meer open houding nastreven, en meer publieke betrokkenheid bij onderzoek opzoeken. Daarbij pionieren ze met gebruikersgroepen, dialoogvormen, burgerwetenschappen; allemaal vormen van wetenschapscommunicatie.
Het is een nieuwe, open wetenschap, waar niet alleen transparantie over hoe wetenschap werkt maar juist ook betrokkenheid belangrijke uitgangspunten zijn.
En hoe je het ook vormgeeft, het begint altijd met de ontmoeting. De ontmoeting die de Academie van Franeker hier al meerdere jaren, week-in-week-uit, organiseert. De woensdagavondlezingen waar het naar verluidt nooit langer duurt dan een kwartier voordat de eerste vraag wordt gesteld; cursussen zoals die over Sterrenbeelden van niemand minder dan Adrie Warmenhoven of de kinderfestivals zoals Expeditie Next en Expeditie Junior waar een hele nieuwe generatie kennismaakt met de wetenschap.
Hiermee speelt de Academie van Franeker een belangrijke rol bij de kennismaking met wetenschap, de verdieping en de verbinding. Ze bindt groepen aan elkaar die misschien niet vaak in contact komen en verrijkt het sociale en culturele leven in de omgeving.
Laat die ontmoetingen een springplank vormen naar meer. Dit studium generale is uiterst geschikt voor nieuwe ontmoetingen en om samenwerkingen te laten ontstaan tussen wat er speelt in de samenleving in en rond Franeker en het onderzoek dat Friese en Groningse onderzoekers doen.
Kan Franeker boven de stadsgrenzen uitstijgen? Zou het een ontmoetingsplek voor heel het Friese onderwijs en onderzoek zijn om in contact te treden met de samenleving? Een kennismakelaar die maatschappelijke behoeften koppelt aan de onderzoekers die op zoek zijn naar vragen? Een katalysator voor de verwondering en maatschappelijke waarde van de wetenschap voor jong en oud. Het is bijzonder hoe velen zich in het tijdsbestek van enkele jaren al geroepen hebben gevoeld zich aan te sluiten bij dit initiatief. Deze kerk is vandaag niet voor niets zo rijkelijk gevuld. Dat waardevolle gesprek tussen de samenleving en de wetenschap smaakt duidelijk naar meer!
Met deze hoopvolle blik naar de toekomst verklaar ik het Academisch Jaar van Franeker 2026/2027 voor geopend!
1 Uit een enquête gehouden onder de inwoners van Franeker bleek dat zij hun woonplaats nog altijd sterk in verband brengen met (naast het kaatsen) de universitaire geschiedenis en het planetarium.
2 Pagina 9 van 'Waarom de wetenschap niet werkt zoals het moet, en wat daar aan te doen is' van Science in Transition.
3 Rapport 'Vertrouwen in de wetenschap 2025' van het Rathenau Instituut
4 'Vertrouwen in wetenschap is hoog, maar ook weer niet' in Sociale Vraagstukken
5 'De Nederlandse universiteiten kraken in hun voegen. Is inkrimpen de oplossing?' in de NRC
Heb jij een leuke casus uit de praktijk, een opiniestuk, of wil je een vraag over wetenschapscommunicatie beantwoorden? Stuur het in voor de NEWS Kennisbank!

Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS) verbindt wetenschap en samenleving door een nieuwe, open en betrokken wetenschap. We adviseren, delen kennis, en bouwen duurzame verbindingen tussen onderzoekers, communicatiemedewerkers, beleidsmakers en journalisten binnen de wetenschapscommunicatie.
"*" geeft vereiste velden aan