kennisbank
Waarom zijn wetenschapswinkels belangrijk voor  wetenschap en samenleving? ‘Het is vooral goed luisteren’.
Uit de praktijk

Waarom zijn wetenschapswinkels belangrijk voor wetenschap en samenleving? ‘Het is vooral goed luisteren’.

Ooit waren ze de voorhoede van de democratisering van de wetenschap. Nu zijn er in Nederland nog maar drie steden over die een wetenschapswinkel hebben, al lijkt de interesse langzaam weer toe te nemen. Hoe geven we de wetenschapswinkels weer de plek die ze verdienen: als essentieel onderdeel van het Nederlandse ecosysteem van Wetenschapscommunicatie?

‘Het is vooral goed luisteren’, antwoordt Henk Mulder, gevraagd naar de kernkwaliteit van een medewerker van de Wetenschapswinkel. Sinds 1989 al werkt Henk voor de bèta-afdeling van de winkel in Groningen, een lange tijd ook als voorzitter. Je kunt hem gerust ‘mister Science Shop’ noemen. Zo zette hij ook het internationale netwerk voor Wetenschapswinkels ‘Living Knowledge’ op, inmiddels 26 jaar geleden. De voorzittershamer in Groningen is inmiddels in handen van Vincent Hazelhoff, ook coördinator van het Taal, Cultuur en Communicatie-loket van de Groningse wetenschapswinkel.

Henk Mulder en Vincent Hazelhoff

Winkel, loket, afdeling. Het is een beetje zoeken naar de juiste naam. Je kunt er niks kopen en er is geen balie. De naam is een overblijfsel van de allereerste Wetenschapswinkel in Amsterdam, zegt Henk: ‘In de jaren zeventig was er een grote groep studenten die een beetje klaar was met theoretisch onderwijs, en docenten die in navolging van de Parijse studentenrevolte uit hun ivoren toren wilden komen. Zo regelden docenten in Amsterdam bijvoorbeeld een advertentie in de krant waarin mensen werden gevraagd om vragen voor de wetenschap in te sturen. De universiteit zei: dat vinden we best leuk, we gaan het institutionaliseren. Het eerste kantoor dat ze kregen aangeboden was een leegstaand winkelpand. Daarom: de Wetenschapswinkel’

Nog altijd is dit dé plek voor vragen van de samenleving, aan de wetenschap. Non-profitorganisaties en burgergroepen kunnen hier terecht met vraagstukken waarvan zij denken dat de wetenschap een handje kan helpen. Coördinatoren zoals Henk horen de vragen aan en, mits de vraag geschikt is, vertalen het in een zinvolle studentenopdracht voor een enthousiaste student, die begeleid wordt door een onderzoeker. Iedereen krijgt een antwoord, ook als de vraag niet geschikt is voor een opdracht.  

Het is wetenschapscommunicatie in optima forma. Wensen vanuit de samenleving combineren met wetenschappelijk onderzoek,met een antwoord of oplossing waar de vragensteller écht iets aan heeft als resultaat. Toch zijn er van de tientallen winkels die in begin jaren tachtig openden alleen die in Wageningen, Eindhoven en in Groningen over. Wat is er gebeurd?

De Wetenschapswinkel in Groningen heeft de tand des tijds doorstaan. Waarom gaat het bij andere universiteiten mis? En wat doen jullie anders?

Vincent: ‘Heel veel universiteiten hadden hun wetenschapswinkels centraal belegd; een winkel die over de hele universiteitsbreedte werkte. Wij zijn altijd facultair gebleven: er zijn in Groningen wetenschapswinkels voor bètavraagstukken, filosofie, geneeskunde en volksgezondheid; taal, cultuur en communicatie, en onderwijskunde. Daardoor staan we heel dicht bij de docenten, die waarderen ons werk en vinden ons belangrijk.’

Henk: ‘Wij waren vroeger overigens ook gewoon vier keer zo groot bij de bèta-winkel. Toen hadden wij alleen al meer dan drie FTE, nu maar één, gedeeld over drie personen. Vooral eind jaren negentig werd er vooral commercieel gedacht. Alles moest geld opbrengen. En als er dan een bezuinigingsgolf aankwam – zoals nu ook weer het geval is- dan is de wetenschapswinkel blijkbaar handig wisselgeld.’

Vincent: ‘We zitten momenteel heel erg in een spagaat. Aan de ene kant is er heel veel aandacht voor ‘impact’. Bij NWO-subsidies is er altijd een impact paragraaf nodig, het komende strategisch plan van de RUG heeft de titel ‘Samen impact maken’, het wordt heel belangrijk gevonden. De wetenschapswinkel kan daar heel goed aan bijdragen. Aan de andere kant: wetenschapswinkels worden vaak niet als een kerntaak van en universiteit gezien, zoals onderzoek en onderwijs. Wanneer puntje bij paaltje komt en er moet hard worden bezuinigd, waar is dat dan het makkelijkste?’

Henk: ‘Terwijl, als je iets verder kijkt: het is dus juist wél een kerntaak. Je moet als universiteit volgens de wet kennis overdragen ten behoeve van de maatschappij. Maar dat kun je op allerlei manieren verstaan.’

Waarom zijn Wetenschapswinkels belangrijk?

Vincent: ‘De wetenschapswinkels zijn ooit ontstaan om de universiteit als instituut te democratiseren. Het idee was dat niet alleen hoogleraren bepaalden waar ze onderzoek naar doen, maar dat iedereen in Nederland een vraag voor de wetenschap kon indienen. Die filosofie nemen we nog steeds mee. We willen de universiteit en het onderwijs van binnenuit veranderen door de projecten die we doen. Je hebt als universiteit de taak om de democratie sterk te houden en dat doe je ook door inwoners en organisaties serieus te nemen in hun vraagstukken. Dát is het belang van de wetenschapswinkel, en dat doen we op heel veel verschillende manieren: Open Science-programma’s, Citizen Science Hubs, City Deals en nog veel meer projecten.’

Hoe overtuig je je instituut van dat belang?

Henk: ‘ Verhalen zeggen meer dan cijfers. We maken bijvoorbeeld sinds kort ook korte video’s over onze projecten, die worden heel erg gewaardeerd door bijvoorbeeld het College van Bestuur. Daarin laten we de vraagstellers heel direct zien wat de universiteit nou in de praktijk voor burgers betekent. En als je toch naar cijfers wil kijken: zo’n 3 à 4 procent van de studenten doet een wetenschapswinkelproject van korte of langere duur. Dat is – gelet op het budget wat wij hebben – best wel veel.’

Democratisering van de wetenschap gebeurt ook op andere manieren, zoals de Nationale Wetenschapsagenda. Hoe complementeren de wetenschapswinkel en deze elkaar?

Henk: ‘De Nationale Wetenschapsagenda was een one-off. Met stoom en kokend water werd er een projectbureau opgetuigd om in één keer de wetenschapsagenda voor de komende jaren te bepalen. Iedereen kon vragen insturen. Het gevolg was dat er veel meer vragen kwamen dan verwerkt kon worden én dat 90% van de vragen van wetenschappers kwam, niet van de maatschappij. Wat ze beter hadden kunnen doen is dat geld in infrastructuur zetten, waardoor je een decentrale organisatie krijgt en doorlopend die vragen ophaalt. Het idee van vragen uit de maatschappij ophalen is goed, maar eigenlijk was het er al – de wetenschapswinkels – en had je dat moeten steunen. In de uitvoering van NWA-projecten wordt gelukkig wel maatschappelijke samenwerking gevraagd, maar de betrokkenheid bij de vraagstellingen was dus niet ideaal.’

Wat moet er nú veranderen om de wetenschapswinkels in ere te herstellen?

Henk: ‘Het goede nieuws is: ik krijg heel veel vragen van mensen die juist iets als een wetenschapswinkel willen opstarten, uit allerlei universiteitssteden. Dus er is aandacht. Maar dan moeten er middelen bij. We zijn allemaal zo klein. We hebben een heel goed idee, we weten precies hoe we het op moeten zetten, maar we hebben de tijd en het geld niet om het uit te werken. Ik zeg altijd: Het is niet gratis, maar wel efficiënt. We maken gebruik van dingen die er al zijn: studenten moeten studiepunten halen en docenten moeten dat begeleiden. Punt. Je hebt alleen een stukje overhead nodig om het goed te managen. We bouwen niks extra’s, we verbinden dingen die er al zijn. En daar komt maatschappelijke relevantie uit.

Vincent: ‘Er zijn al heel veel samenwerkingen tussen bijvoorbeeld kennissteden en er zijn nog veel meer initiatieven die op een vergelijkbare manier vragen uit de maatschappij ophalen en koppelen aan onderzoek, maar die zijn allemaal niet goed verbonden. Je moet dat wel behouden en niet alleen projectmatig, maar als standaardonderdeel van ons beleid. Een ecosysteem bouwen, in plaats van projectmatig financieren.’

Wat kunnen wetenschapscommunicatoren leren van jullie aanpak?

Henk: ‘Luisteren. Kijk naar wat mensen willen weten, niet alleen wat je instituut wil overbrengen. Bij elke universiteit vind je mensen die bijvoorbeeld al jarenlang samenwerken met maatschappelijke organisaties, kijk of je die verhalen in de spotlight kan zetten. Overal waar ik hielp een wetenschapswinkel op te zetten, gingen we eerst op zoek naar de champions die er al zijn. Soms kennen deze personen elkaar onderling niet eens. Die moet je bij elkaar brengen.’

Vincent: Succesverhaal Borgercompagnie

Studenten geschiedenis en Communicatie- en Informatiewetenschappen voerden onlangs een community-based onderzoek uit in het lintdorp Borgercompagnie. Dit dorp, dat deels in de gemeente Veendam en deels in de gemeente Midden-Groningen ligt, schrijft elke 10 jaar een dorpsvisie. De studenten ondersteunden de dorpsvereniging bij het onderzoek. Zo hielden ze samen met de inwoners een enquête in het dorp (responsgraad 89%) en hielden ze focusgroepen met zo’n 60 inwoners om nuance en verdieping te geven. Ze spraken met boeren en jongeren, senioren en nieuwkomers, en wisten de zienswijzen op een bevlogen en integere manier in een rapport te vatten. Op de presentatie, waar ook de wethouders van beide gemeenten waren, kwamen zo’n 100 inwoners af. 

Henk: Succesverhaal Klein en Groot

Individuele vragen van burgers beantwoorden we graag, bijvoorbeeld met literatuur of doorverwijzingen. Zonder groter maatschappelijk belang starten we geen project, maar we willen wel (namens de universiteit) luisteren en zo goed mogelijk helpen. Regelmatig spreken we ook met een ontwerper van een perpetuum mobilé, die wil weten waar diens denkfout zit.

We doen ook zelf vooronderzoek. Zo vroeg een bewonersvereniging of hun ondergrondse parkeergarage warmte/koude aan bovenliggende woningen kon leveren. Uit vooronderzoek bleek dit mogelijk en in het buitenland al toegepast, maar in de Groningse bodem zijn er goedkopere oplossingen. Geen project dus, maar wel een gewaardeerd antwoord.

Soms pikken we vroege signalen op die uitgroeien tot iets belangrijks. Rond 2002 startten we een citizen science project in Groningen met scheurmeters om woningen om aardbevingsschade te meten. Helaas stopte de faculteit dit in 2007, omdat het niet relevant zou zijn…

Heb jij een leuke casus uit de praktijk, een opiniestuk, of wil je een vraag over wetenschapscommunicatie beantwoorden? Stuur het in voor de NEWS Kennisbank!

Wat doet NEWS?

NEWS ondersteunt je met jouw wetenschapscommunicatie

Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS) verbindt wetenschap en samenleving door een nieuwe, open en betrokken wetenschap. We adviseren, delen kennis, en bouwen duurzame verbindingen tussen onderzoekers, communicatiemedewerkers, beleidsmakers en journalisten binnen de wetenschapscommunicatie.