kennisbank
‘Sociale media maakt wetenschap toegankelijker, maar tegen al die onzin opboksen is lastig’
Uit de praktijk

‘Sociale media maakt wetenschap toegankelijker, maar tegen al die onzin opboksen is lastig’

Een klimaatcrisis, oorlog en AI-slop op social media: tijden zijn roerig. Des te belangrijker is het om burgers bij wetenschap te betrekken, benadrukken Eileen Daniels en Bob Stienen, oud-penningmeester en huidig voorzitter van SciComNL, de vereniging voor WetCom-enthousiastelingen.

Wetenschapscommunicatie kent veel verschillende smaken. Dat brede palet is goed vertegenwoordigd, tijdens dit digitale interview op een broeierige woensdagnamiddag. Aanwezig op het beeldscherm van de verslaggever: Eileen Daniels en Bob Stienen.

Studio Dijkgraaf

Eileen (rechts) studeerde biomedische wetenschappen in Leiden, deed daar de wetenschapscommunicatie-specialisatie en werd museumdocent bij Rijksmuseum Boerhaave. Toen ze toch het lab weer in dook, is ze altijd blijven communiceren over haar onderzoek. Inmiddels draagt ze als projectmanager aan de Universiteit Maastricht bij aan subsidieaanvragen voor neurowetenschappelijk onderzoek.

Bart van Dieken

Deeltjesfysicus Bob riep tijdens zijn promotieonderzoek een YouTube-kanaal in het leven, om een breder publiek voor zijn vakgebied te enthousiasmeren. Inmiddels is hij als freelance duizendpoot in te huren voor allerhande wetenschapscommunicatieklussen.

Overeenkomst: ze zijn beiden nauw betrokken bij SciComNL, de vereniging voor beoefenaars én fans van wetenschapscommunicatie. Bob is de kersverse voorzitter, Eileen was de penningmeester van het vorige bestuur. Samen laten ze hun licht schijnen op de staat van wetenschapscommunicatie, het belang ervan in tijden van oorlog en AI-slop. Plus: een bliksempitch voor potentiële SciComNL-leden.

Waar komt jullie affiniteit met wetenschapscommunicatie vandaan?

Eileen: ‘Ik heb mijn master aan de Universiteit Leiden bewust uitgekozen omdat daar het traject Science Communication & Society wordt aangeboden. Dat mensen een basisbegrip hebben van wetenschap is belangrijk. Bovendien is wetenschap naar toegankelijke taal vertalen gewoon leuk.’

Bob: ‘Tijdens mijn PhD ging ik geanimeerde explainers over deeltjesfysica maken op YouTube. Veel mensen vinden de fundamentele vraagstukken die aan het vakgebied raken namelijk interessant, maar denken dat het te moeilijk voor hen is. Ik ben er daarentegen van overtuigd dat iedereen in ieder geval de basis kan begrijpen, als het maar toegankelijk wordt gemaakt. Daarom is goede wetenschapscommunicatie belangrijk.’

Is dat ook het doel van SciComNL?

Bob: ‘SciComNL probeert vooral mensen samen te brengen die wat met wetenschapscommunicatie hebben. Daartoe organiseren we activiteiten, zoals conferenties, en hebben bijvoorbeeld ook een commissie politiek en wetenschap, die elke twee jaar een symposium organiseert. Daarom denk ik dat SciComNL en NEWS elkaar goed aanvullen: NEWS is een stichting die wetenschapscommunicatie wil bevorderen, SciComNL is een vereniging voor eenieder die daar in welke vorm dan ook aan wil bijdragen.’

Hoe is het wetenschapscommunicatieveld, sinds de oprichting van SciComNL in 2013, veranderd?

Bob: ‘Er is een hele grote nadruk komen te liggen op het feit dat wetenschapscommunicatie niet alleen het zenden van informatie moet zijn, maar ook uit participatie moet bestaan. Dat heeft zeker ook te maken met de opkomst van NEWS en Citizen Science NL, die burgers meer proberen te betrekken bij de wetenschap.’

Eileen: ‘Daarnaast komt er steeds meer erkenning en waardering voor wetenschapscommunicatie. Maar we zijn er nog niet: hoe je je promotieonderzoek naar de buitenwereld communiceert wordt bijvoorbeeld nog niet meegenomen in de beoordeling van je proefschrift.

PhD van de Toekomst: promoveren in dialoog met de samenleving.

Maar de grootste verandering is de opkomst van social media. Enerzijds maakt dat wetenschap toegankelijker, maar een valkuil is dat informatie daar minder betrouwbaar is.’

Voor veel mensen is nepwetenschap daarom lastig van echt te onderscheiden. Wat kunnen wetenschapperscommunicatoren daaraan doen?

Bob: ‘Dat is een erg moeilijke vraag. Het eenvoudige antwoord op sociale media zou zijn: maak gewoon content. Maar de pijnlijke waarheid is dat je overgeleverd bent aan het algoritme, en dat het lastig opboksen is tegen de enorme hoeveelheden goed en kwaad bedoelde onzin die mensen online zetten. Denk aan AI-slop, of aan filmpjes van mensen die een willekeurig product uit een supermarktschap pakken, een E-nummer op de verpakking aanwijzen en zeggen: ‘hiervan ga je dood.’

Aan de andere kant zitten mensen nou eenmaal op Instagram en TikTok, en moet wetenschapscommunicatie daar dus ook plaatsvinden, vind ik. Met toegankelijke content die wetenschap uitlegt, of nepwetenschap juist weerlegt.’

Eileen: ‘Je zal voor de kijkers een soort van betrouwbaarheid moeten creeëren. Vooral, denk ik, door uit te leggen hoe wetenschap werkt, en je publiek te trainen om kritisch te blijven op informatie op het internet. Wetenschapscommunicatoren kunnen dat niet alleen: basisschoolkinderen moeten al leren wat wel en niet betrouwbaar is.

Feed of voedingsbodem, wat voedt wantrouwen in de wetenschap?

Waarom is het belangrijk om wetenschap onder de aandacht te blijven brengen, in tijden waarin oorlogen en oprukkend rechts-extremisme het nieuws domineren?

Bob: ‘Wetenschapscommunicatie en nieuws over oorlog kunnen naast elkaar bestaan. Bovendien: als we mensen niet betrekken bij wetenschappelijke ontwikkelingen, dan worden anti-wetenschappelijke sentimenten alleen maar groter, en daar wordt de wereld nog slechter van.’

Eileen: ‘En aan de andere kant kan wetenschapscommunicatie ook verlichting bieden. Zo liep ik laatst langs station Utrecht Centraal, waar een ‘vandaag in de natuur’-informatiebord hing met de boodschap dat de eerste eieren van een bepaalde vogelsoort die dag uitkwamen. Daar werd ik ontzettend blij van, en het creëert ook nog bewustzijn over de natuur’.

In de kranten, op tv, en op de sociale media: overal praten mensen over wetenschap. Zien jullie daar veel dingen die beter kunnen?

Bob: ‘Bij talkshows gaat veel mis. Zo zitten er veel zelfbenoemde generalisten, die over veel dingen iets menen te weten, maar eigenlijk weinig niks weten. Of er zit een wetenschapper aan tafel, die uit moet leggen hoe de wetenschap er tegenaan kijkt, en dan is een andere willekeurige persoon aan tafel het daar ‘niet mee eens.’ Eigenlijk moet de presentator dan ingrijpen, maar dat gebeurt vaak niet.’

Eileen: ‘Daar zit ook een taak voor de redactie. Ik hoop dat daar een goede wetenschapscommunicator of -journalist zit, die de balans bewaakt.’

En wat gaat er wél goed?

Eileen: ‘Er is op tv ook aandacht voor patiënten met een, al dan niet zeldzame, medische aandoening. Respectvolle items waar perspectieven van patiënten, dokters en wetenschappers in voorkomen. Dat genereert gelijkwaardigheid, bewustzijn én stimuleert wetenschappelijk onderzoek.’

Bob: ‘Ik wil even benadrukken dat sociale media ook positieve aspecten kent. Zo is de drempel nu veel lager voor onderzoekers om over hun werk te vertellen en contact te leggen. Middelbare scholieren vragen mij bijvoorbeeld naar welke universiteit ze moeten gaan. Zonder sociale media hadden ze mij waarschijnlijk nooit zoiets gevraagd.’

Terug naar SciComNL. Wie moet er allemaal lid worden en waarom?

Eileen: ‘Kort gezegd: iedereen met een verhaal over wetenschap en techniek, die graag gelijkgestemden wil ontmoeten, is welkom.’

Bob, lachend: ‘Plus: we hebben hele leuke borrels! We gaan binnenkort met het nieuwe bestuur brainstormen over nieuwe activiteiten, dus word vooral lid en houd onze kanalen in de gaten.’

Heb jij een leuke casus uit de praktijk, een opiniestuk, of wil je een vraag over wetenschapscommunicatie beantwoorden? Stuur het in voor de NEWS Kennisbank!

Wat doet NEWS?

NEWS ondersteunt je met jouw wetenschapscommunicatie

Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS) verbindt wetenschap en samenleving door een nieuwe, open en betrokken wetenschap. We adviseren, delen kennis, en bouwen duurzame verbindingen tussen onderzoekers, communicatiemedewerkers, beleidsmakers en journalisten binnen de wetenschapscommunicatie.