Leren over DNA met zelf georganiseerd filmfestival 

Het leuke is dat leerlingen zelf kiezen wat ze maken’

‘Ik wil niet door mijn DNA te weten komen dat ik een grote kans op kanker heb, want dan laat je je hele leven daaromheen draaien,’ stelt een leerling in de vijfde klas van het Ronald Holst College in Hilversum. De vwo-klas doet mee aan het DNA Cinema project en werkt toe naar een zelf georganiseerd filmfestival over DNA. De leerlingen leren in dit project over de toepassingen van DNA en de gevolgen daarvan voor de maatschappij.

‘In de nabije toekomst is er steeds meer mogelijk met DNA en al die technieken komen in de samenleving terecht. Dus is het belangrijk dat jongeren over de gevolgen hiervan nadenken,’ vertelt Dennis van ’t Ent, projectleider van DNA Cinema. De ontwikkelingen op het gebied van DNA gaan snel en vooral jongeren krijgen te maken met alle mogelijkheden zoals embryoselectie of risicoprofielen op basis van je DNA. Dennis hoopt dat scholieren dankzij het DNA Cinema project de berichtgeving rondom dit thema beter op waarde kunnen schatten en goed voorbereid zijn op situaties waarin ze zelf met DNA-technieken te maken krijgen.

Dennis zette samen met drie andere wetenschappers van het Genetics Network (GENE) Amsterdam het DNA Cinema project op. Hij is onderzoeker in de gedragsgenetica en universitair hoofddocent biologische psychologie bij de VU in Amsterdam. Het eerste idee was om video’s te maken over DNA, gedrag en maatschappij, zodat middelbare scholen die video’s konden gebruiken. ‘We wilden jonge mensen betrekken bij het onderwerp, omdat die in de toekomst te maken krijgen met steeds verder ontwikkelde DNA-technieken. Basisschoolleerlingen kunnen nog niet zo goed over de ethische vragen nadenken. Vandaar dat we voor middelbare scholen kozen.’

Leerlingen aan het roer

Leerlingen zien al veel video’s, die niet altijd even goed blijven hangen. Daarom kozen Dennis en zijn collega-wetenschappers voor een project waarbij leerlingen zelf aan het roer staan: ze organiseren een filmfestival over DNA. De leerlingen kiezen zelf de thema’s waar ze aandacht aan besteden en leren hierover door de voorbereidende lessen in de klas en door voorfilms te maken bij een bestaande hoofdfilm. ‘Een project dat leerlingen zelf opzetten blijft vaak veel beter hangen,’ vertelt Dennis.

Toen hij het Scholieren Filmfestival tegenkwam, was het plaatje compleet: dit project stelt scholieren in staat om een filmfestival voor medeleerlingen te organiseren in een echte bioscoop. Daarbij zijn ze verantwoordelijk voor alles rondom het evenement. Van programmering tot marketing en van kaartverkoop tot het coördineren van vrijwilligers. Dennis nam het Scholieren Filmfestival in de armen als uitvoerend partner en zij draagt met de leerlingen zorg voor het organisatorische deel van het filmfestival.

In verschillende videogroepjes maken de leerlingen een parallel programma voor drie verschillende zalen. Ze kiezen een bestaande hoofdfilm aan de hand van een thema, maken daar zelf een voorfilmpje bij en organiseren er een randactiviteit naast. Bezoekers kiezen in welke zaal ze gaan zitten aan de hand van het thema dat in die zaal speelt, zoals bijvoorbeeld klonen, genetische modificatie of embryoselectie.

Wetenschapscommunicatie met DNA Cinema 

  • Scholieren organiseren zelf een filmfestival over DNA
  • In drie filmzalen met zelfgemaakte voorfilm, bestaande hoofdfilm en randactiviteit
  • 8 tot 10 weken voorbereiding met inhoudelijke lessen over DNA en organisatie van het festival
  • Leren over de morele en sociale kwesties omtrent DNA-technieken
  • Geschikt voor zowel vmbo-, havo- als vwo-klassen

‘Je weet nooit wat ze met je data doen’

Een klas leerlingen bereidt in acht tot tien weken het festival voor. Eén les per week krijgen ze een inhoudelijke les van een of twee wetenschappers van GENE Amsterdam en één les per week komen medewerkers van het Scholieren Filmfestival langs om de leerlingen te begeleiden in de organisatie van het filmfestival.

Op een maandagochtend in januari staat Dennis als gastdocent voor de klas op de middelbare school in Hilversum om les te geven over DNA. Hij wijst een van de leerlingen aan. ‘Zou jij je wangslijmvlies willen inleveren bij een bedrijfje, zodat je bijvoorbeeld weet of je een hoge kans op diabetes of aanleg voor depressie hebt?’ De leerling zegt van niet, want ‘je weet nooit wat ze met je data doen.’ ‘Er kleven inderdaad privacyrisico’s aan,’ beaamt Dennis.

Het project leert scholieren dus ook nadenken over de morele kwesties die om de hoek komen kijken bij dit thema. Is het goed om te weten of jouw baby een grote kans maakt om intelligent te worden, of blond haar krijgt? En wat doe je vervolgens met deze informatie? Dennis: ‘Het is natuurlijk fijn als we bepaalde ziekten kunnen behandelen door aanpassingen te maken in iemands DNA, maar het wordt gevaarlijk als we onze baby’s gaan selecteren op een bepaalde haarkleur. Dan krijg je een soort superieur mensbeeld. En wie bepaalt dan welke kleur het beste is?’

Wetenschapper speelt Maarten van Rossum

Een vwo-klas van het St Michael College in Zaandam heeft het hele project al doorlopen en belichtte in één van de drie bioscoopzalen het thema klonen. Daar lieten ze een zelf gemaakt voorfilmpje over zien, vervolgens vertoonden ze de hoofdfilm ‘The Parent Trap’ en daarnaast organiseerden ze ‘De Slimste Mens’ met quizvragen over DNA en maatschappij. Drie docenten waren deelnemers en een van de wetenschappers van GENE Amsterdam speelde Maarten van Rossum.

Roeland Helfensteijn, biologieleraar op de school in Zaandam, vertelt dat het project een groot succes was. ‘Het leuke is dat leerlingen zelf kiezen wat ze maken, waardoor het echt hun eigen ding wordt’. Op school vertelt de leraar juist vaak wat ze moeten doen. Er kwamen uiteindelijk 400 bovenbouwleerlingen als bezoekers naar ons filmfestival.’ Een leerling vertelt: ‘Ik wist al wel veel over DNA, maar ik vind het nu leuker. Nu ga ik er mijn profielwerkstuk over doen.’ Een indruk van het DNA filmfestival in Zaandam krijg je hier: https://www.youtube.com/watch?v=22A7xrbd4Oc&t=2s

De opstart van het project was wel moeizaam. Roeland: ‘De eerste vraag van leerlingen is altijd: ‘krijgen we hier een cijfer voor?’ en daarna volgt de vraag: ‘doen andere klassen dit ook?’ Anders vinden ze het niet eerlijk.’ Maar na drie voorbereidende lessen ging de knop om. ‘Toen merkten ze dat ze alles zelf mogen bedenken en dat ze het in een echte bioscoop gaan presenteren,’ vervolgt Roeland. ‘Dat maakt het wel tof. Ze vergaten helemaal dat ze er iets voor terug wilden hebben.’

Roeland stak zowel biologielessen als mentoruren in het project, maar het DNA Cinema project kan binnen verschillende vakken passen. Omdat het over de invloed van de mogelijkheden van DNA op de samenleving gaat, past het ook binnen maatschappijleer. Bovendien komen er ethische vragen aan bod, waardoor het bij filosofie past. Op de school in Hilversum valt het onder het vak ‘Big History’, een multidisciplinair vak dat ‘zapt’ door de geschiedenis en wetenschap heen.

Quizvragen tijdens een van de georganiseerde filmfestivals.

Niets is vanzelfsprekend

En hoe is dat nou om als wetenschapper, gespecialiseerd in beeldvorming van het brein, ineens voor een middelbare schoolklas te staan? Dennis: ‘Voor ons is het een uitdaging om les te geven aan een groep die je niet gewend bent. We waren in het begin veel college aan het geven, maar leren steeds meer dat je beter snel met een activiteit kunt komen waarbij leerlingen zelf of in groepjes aan de slag gaan.’

Verder is sommige kennis heel vanzelfsprekend voor de onderzoekers, maar blijkt dat niet voor de leerlingen zo te zijn. ‘Het viel me op dat veel leerlingen denken dat een aandoening zoals schizofrenie door een verandering in één bepaald gen komt. Terwijl je gedrag beïnvloed wordt door een optelsom van verschillende genen met allemaal een klein effect’, vertelt Dennis. ‘Voor mij is dat vanzelfsprekend, omdat ik er zo vaak mee te maken heb. Ik leer dus zelf veel over hoe jongeren informatie over DNA interpreteren en waar mogelijk misverstanden ontstaan. Dat kan ons weer helpen om onze wetenschapscommunicatie nog effectiever te maken’.

Dennis zou het zeker aanraden om met een dergelijk wetenschapscommunicatieproject aan de slag te gaan, maar zou wel willen meegeven om op zoek te gaan naar draagvlak in de samenleving. ‘Ik vind het verfrissend om buiten de bubbel van de wetenschap te treden en met jongeren in contact te zijn. De [DH13] uitdaging van het DNA Cinema project is om scholen geïnteresseerd te krijgen. Het project kost lestijd en de hele bovenbouw maakt tijd vrij voor het eindfestival. We hebben financiering van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) om het project op nog een school gratis te draaien. Het zou leuk zijn als we daarvoor een havo- of vmbo-klas kunnen aantrekken,’ vertelt Dennis.

Want tot nu toe waren vooral docenten van vwo-klassen geïnteresseerd. Waarschijnlijk hebben vwo-klassen meer ruimte om zo’n project in het lesprogramma te passen, stellen de docenten op het Ronald Holst College. Je hebt de leerlingen een jaar langer op school vergeleken met een havo-klas en twee jaar langer dan een vmbo-klas, wat meer ruimte biedt in het lesprogramma. Maar het project is ook geschikt om havo- of vmbo-klassen meer te leren over DNA-technieken. Bovendien kan dat weer andere inzichten opleveren over wat leerlingen vinden van al die toepassingen van DNA. Nu hopen dat een vmbo- of havo-docent het in het programma weet te passen.