Hoe Museon-Omniversum Zuidwest kinderen, ouders en het museum samenbrengt in de wijk.
Een meisje op de fiets stopt voor het raam van het Museon-Omniversum Zuidwest. ‘Hoe laat begint het?’ roept ze. Binnen zwaait educator Hienke terug: ‘Om één uur!’ Even later vult de ruimte zich met geroezemoes en gelach. Aan tafel buigen vijftien kinderen zich geconcentreerd over hun proefje: vandaag bouwen ze een batterij die werkt op appels. Achterin houden een paar moeders met een kop koffie hun kinderen in de gaten. Dan klinkt er gejuich: ‘Ja, hij brandt!’
Het Museumlab is een project dat bewoners bereikt die normaal nauwelijks het museum bezochten. Het museum opende daarvoor een vaste plek in Den Haag Zuidwest, waar het workshops, maakmiddagen en buurtprojecten organiseert. Elke woensdag is daarnaast het open atelier voor kinderen in de buurt. Tussen de stapels piepschuim en de 3D-printer lopen educator Hienke van Tol/Rijnbeek en projectleider Maarten Okkersen rond. Hun gezamenlijke missie is helder: wetenschap letterlijk de wijk in brengen.
Mensen aanspreken
Het idee ontstond uit een eenvoudige observatie. ‘We zagen dat bewoners uit Zuidwest alleen in schoolverband naar het Museon-Omniversum kwamen,’ vertelt Maarten. ‘Daarna niet meer. Dus dachten we: als ze niet naar het museum komen, laten we dan de wijk ingaan’


Midden in de wijk vonden ze een ruimte. ‘Daar zijn we gewoon begonnen,’ vertelt Hienke. ‘We hadden wat leuke workshops neergezet, en om mensen binnen te krijgen, spraken we mensen op straat aan: kom even binnen, kijk wat we doen!’
Tegenwoordig heeft het Museon-Omniversum Zuidwest een vaste plek midden in de wijk, met vaste momenten waarop buurtbewoners binnenlopen, vooral op de woensdagmiddag. Die langdurige aanwezigheid is bewust gekozen. Het lab groeit mee met de wijk en kijkt vooruit, met plannen voor nieuwbouw die meer ruimte biedt voor grotere groepen en nieuwe activiteiten.
Een plek waar ouders blijven hangen
In het begin kwamen vooral kinderen, maar inmiddels blijven ook ouders vaak hangen, soms helpen ze zelfs mee. Ze waarderen dat het lab midden in de wijk ligt, vlak bij school. De kinderen kunnen er na de les gemakkelijk naartoe, en omdat het gratis is, voelt het betrouwbaar. ‘Omdat je niks hoeft te betalen, weet je dat mensen het doen uit passie, niet voor het geld,’ zegt een van de moeders.
Dat vertrouwen is volgens Hienke en Maarten essentieel. ‘Je kunt pas iets betekenen als mensen je kennen’. Maarten vult aan: ‘In wijken als deze zijn mensen vaak teleurgesteld in de overheid. Als ze merken dat we blijven, en niet verdwijnen zoals zoveel tijdelijke projecten, durven ze erin te investeren.’
Vanuit dat contact met de wijk groeide een aanpak die vanaf het begin experimenteel was. ‘We doen hier wat we ook in het museum doen, maar dan samen met de buurt,’ legt Maarten uit. ‘Het is een kwestie van trial and error. Je kunt niet achter je tekentafel bedenken wat een wijk nodig heeft. Je moet in de wijk gaan zitten en luisteren.’

Leren van doen
Niet alles ging meteen goed. Tijdens het maken van een tentoonstelling probeerden Hienke en haar team de kinderen meer onderzoek te laten doen. ‘We wilden ze leren goede vragen te stellen, iets op te zoeken, te onderzoeken. Maar de kinderen kwamen binnen met het idee: we gaan iets maken. Toen we begonnen met alleen vragen stellen en onderzoeken, zeiden ze: wanneer beginnen we nou?’
Die aanpak, met te veel nadruk op onderzoek en te weinig op maken, werkte niet. ‘We hebben het toen omgedraaid,’ zegt Hienke. ‘Eerst maken, dan onderzoeken.’ Terwijl de kinderen replica’s van objecten uit de collectie bouwden, voegden ze stap voor stap kleine onderzoeksvragen toe. ‘Dat werkte veel beter.’
Het lab draait niet alleen om techniek, maar ook om zelfvertrouwen. ‘Sommige kinderen komen hier al drie jaar,’ vertelt Maarten. ‘Ze leren knippen, timmeren en helpen nu anderen. Op school worden ze soms zelfs ambassadeur van de klas: “Ik heb dat al geleerd in het lab!”‘
Een lab aan twee kanten
In Den Haag Zuidwest laat Museon-Omniversum zien dat een museum niet aan één gebouw gebonden hoeft te zijn. Vanuit die gedachte ontstond een project dat wetenschap, cultuur en de wijk met elkaar verbindt. Maarten: ‘De maatschappij verandert en dat vraagt ook iets van musea zelf. Je kunt geen museum meer runnen met een 20e-eeuwse blik. Als je in een stad de helft van de bewoners niet meer bereikt, moet het dus anders.’
Daarom is het ook een lab: een plek vol materialen en experimenten, maar tegelijk een proeftuin om te onderzoeken wat voor museum werkt. ‘We denken na over de rol van een museum in de 21e eeuw,’ zegt Maarten.
Dat dat lukt, blijkt op de woensdagmiddag. Als de proefjes klaar zijn, leggen de kinderen de appels en draden terug op tafel en ruimen hun werkplek op. Maar de middag is nog niet voorbij. Met vergrootglazen en potjes trekken ze naar de tuin, op zoek naar bodemdiertjes. De wijk in.
De belangrijkste lessen
De ervaringen van Maarten en Hienke leverden waardevolle inzichten op voor iedereen die het museum de wijk in wil brengen:
- Kies een goede plek
Volgens Maarten begint alles met de juiste locatie: open, toegankelijk en zichtbaar. Een plek waar mensen makkelijk binnenlopen. ‘Hier in de buurt zitten twee of drie scholen, dan krijg je vanzelf mond-tot-mondreclame.’ - Gebruik de kennis die je hebt
‘Je kan meer dan je denkt,’ zegt Maarten. ‘Je hoeft niet opnieuw te beginnen. Wat in het museum werkte, past hij aan de wijk aan, zo bouw je voort op ervaring’. - Wees niet bang voor de ander
Maarten: ‘Wees niet bang voor een superdiverse wijk. Ouders en kinderen zijn overal hetzelfde: nieuwsgierig, speels en onderzoekend. De meeste ouders willen gewoon het beste voor hun kinderen. Dus denk niet dat wat wij doen niets voor hen is.’ Hij waarschuwt voor ‘othering’, het idee dat museumbezoek niet bij bepaalde groepen zou passen. ‘Zelfs in de museumwereld hoor je dat nog weleens. Maar waar iemand vandaan komt, vind ik minder belangrijk. Laten we vooral kijken naar de ruimte die we samen vormgeven. Dan krijg je een resilient community.’ - Luister en neem de tijd
Ander advies van Maarten: echt contact ontstaat alleen als je luistert en de tijd neemt. ‘Niet denken: ik heb doorgeleerd en ik werk in een museum, dus ik weet wel wat goed is voor de mensen hier in de buurt.’ - Gewoon beginnen
De grootste tip van Maarten is helder: ‘gewoon beginnen.’ Je hoeft niet alles vooraf uit te denken. Zet gewoon de eerste stap, al doende leer je wat werkt en wat niet.
Door Rianne Jorritsma voor NEWS