Open tafel, open wetenschap

Hoe het Dinolab van Naturalis onderzoek zichtbaar maakt voor iedereen

In de LiveScience-zaal van Naturalis Biodiversity Center, gratis toegankelijk voor publiek, hoor je tussen zacht geroezemoes van bezoekers het gezoem van apparatuur. Het komt van achter in de zaal: het Dinolab. Hier buigen onderzoekers en vrijwilligers van Naturalis zich over brokken steen. Met vaste hand stralen ze het stof weg tot er een dinosaurusbot verschijnt. Niets is hier verborgen: niet achter een muur of een scherm. Terwijl de fossielen worden geprepareerd, kunnen bezoekers meekijken en vragen stellen.

Als ik Yasmin Grooters, preparateur bij Naturalis, ontmoet, sorteert ze net de mammoettanden naast een doos met nieuw aangekomen dinobotten: ‘Wij zijn een open werkplek in het museum. Live wetenschap voor publiek, dat is wat we hier doen.’

Geen dier in een dierentuin

Dat klinkt eenvoudig. Maar in de meeste musea werken onderzoekers achter gesloten deuren, soms achter glas. ‘Dan ben je gewoon een beetje een dier in een dierentuin,’ lacht Yasmin. ‘Mensen kunnen enkel kijken naar wat je doet.’

In Naturalis is dat anders. Het Dinolab in de LiveScience-zaal heeft voor het grootste gedeelte geen fysieke barrière tussen de bezoekers en de preparateurs. Bezoekers kunnen tot vlak naast de werkplekken komen, meekijken en vragen stellen terwijl de preparateurs doen wat zij normaal achter de schermen zouden doen. Het is een plek waar wetenschap niet wordt getoond als eindproduct, maar als proces.  

Die openheid maakt iets los bij bezoekers. Zij zien hoeveel werk het kost om een fossiel klaar te maken voor onderzoek. ‘Ik krijg hier echt een idee van wat er allemaal gebeurt,’ vertelt een jongeman, die samen met twee vrienden voor het eerst in Naturalis is. ‘En dat het niet alleen een museum is, maar dat ze hier dus ook echt onderzoek doen!’

Jurassic Park

In het Dinolab kun je dus zien hoeveel tijd dit monnikenwerk vraagt. Dat was precies de reden om het lab op te zetten. Toen de directeur van Naturalis, Edwin van Huis, destijds besloot dat er een T. rex in het museum moest komen, en bij dezelfde opgraving ook een Triceratops werd gevonden, kreeg het idee vorm. ‘We moesten laten zien waarom het zó lang duurt voordat zo’n dinosaurus in de zaal staat,’ legt Yasmin uit. ‘Mensen zien Jurassic Park en denken dat er een compleet fossiel uit de grond komt. Maar dat is natuurlijk niet hoe het in het echt gaat. Een bovenbeen van een Triceratops schoonmaken kost ons gemiddeld twee maanden. En dan zijn we elke dag aan het werk, zeven dagen in de week.’

Meeleven

Dat lange proces zien bezoekers ook in het Dinolab. Yasmin herinnert zich: ‘Sommige kinderen en families kwamen aan het begin van de herfstvakantie kijken naar ons werk en aan het eind weer, en toen waren we natuurlijk nog niet klaar met het schoonmaken. Doordat de bezoekers zien dat we maanden aan één bot werken, krijgen ze meer waardering voor wat er in het museum staat.

‘Daarnaast hebben we ook mensen die elke week komen kijken hoe het gaat,’ Bij de Triceratops-tentoonstelling was dat niet anders. ‘Zoveel mensen hebben destijds meegeleefd. Die waren mét ons trots dat de tentoonstelling er eindelijk stond.’

Dinotong

Bezoekers volgen niet alleen het werk maar praten ook met de preparateurs. ‘Kinderen vragen vaak hoe groot dinosauriërs waren of wat ze aten, maar ook dingen waar ik het antwoord niet op weet, zoals: hoe zag hun tong eruit?’

Yasmin denkt dan samen met het publiek na. ‘Ze aten vlees. Welke dieren doen dat ook? Een kattentong kriebelt, een tijgertong schuurt. Dus hoe zou een dinotong eruitzien?’ Ze glimlacht. ‘Daar kom je dan samen niet helemaal uit, maar dat is juist het leuke.’

Vondsten

Bezoekers nemen vaak eigen vondsten mee, en het beoordelen daarvan hoort ook bij het werk in het Dinolab. Soms gaat het om een steen die iemand op het strand heeft gevonden, soms om iets dat al jaren thuis in een laatje ligt. ‘Mensen met eigen vondsten komen hier regelmatig aanwaaien.’ Yasmin wijst naar een gezin dat net een paar stenen laat bekijken.  ‘Soms zit er iets bijzonders tussen. Bijvoorbeeld een slagtandje van een babymammoetje. Een andere bezoeker kwam eens met een kaak van een hondachtige uit de ijstijd, maar in die tijd had je nog helemaal geen gedomesticeerde honden. Toen hebben we gevraagd of we hem mochten overnemen voor onderzoek.’  

Vandaag geen fossielen. Het stuk steen? ‘Dat bleek een stuk lava te zijn,’ lacht de moeder van het gezin. Ze komt hier regelmatig met haar man en twee kinderen. ‘Zij vinden het helemaal te gek.’  Ze wijst naar haar kinderen bij de vlindermuur in de LiveScience-zaal.  ‘Ik heb liever dat ze hier leren dan dat ze thuis op de iPads zitten. Hier heb je echt contact met de onderzoekers.’

Open werken is hard werken

Het open werken in het museum vraagt goede afstemming. ‘De nadelen zijn er natuurlijk ook,’ zegt Yasmin. ‘Als je in deadline-modus zit, is het publiek zeer afleidend.’

Daarom wordt het werk slim verdeeld. ‘Als mensen écht aan het werk moeten, dan is de straalkast het fijnst. Die is voor het publiek net iets minder toegankelijk om vragen te stellen. Dan zorgen we dat de tafels ernaast bemand zijn, zodat zij de meeste vragen opvangen.’

Stier Herman

Daarnaast is er in het Dinolab ook weinig afzuiging. ‘Als we stof produceren bij het schoonmaken, eindigt dat op de rug van stier Herman.’ Yasmin wijst naar de opgezette stier. Het beest, het resultaat van genetische modificatie, staat aan de overkant van de LiveScience-zaal.

Het telkens schoonmaken van Herman is niet het enige probleem. Nieuwe botten kunnen licht radioactief zijn. ‘Dat maakt het werk gelijk een stuk ingewikkelder,’ zegt Yasmin. ‘In een afgesloten lab kun je een grote afzuiginstallatie ophangen.’ Maar dat zou niet werken voor het Dinolab: te veel lawaai, te weinig zicht. ‘Dan valt het hele idee van een open lab weg en kan je net zo goed een schermpje ophangen.’ Dus de boel moet worden verbouwd. Zuurkastachtige installaties moeten dat probleem oplossen. ‘Op deze manier kunnen we wetenschap veel dichter bij het publiek brengen,’ zegt Yasmin.

Even verderop staat de moeder van het gezin dat net een steen liet onderzoeken nog een moment met haar kinderen te kijken naar het werk aan de botten.  ‘Wij komen altijd wel even boven kijken,’ vertelt de moeder. ‘Ze zijn nog steeds bezig die botten schoon te maken, en dat vinden we super interessant. In andere musea zie je dat niet zo vaak. Daarom vinden wij dit echt het leukste museum van Nederland.’