Waarom debunken niet genoeg is: nieuwe inzichten in misinformatie en vertrouwen in de wetenschap

Des- en misinformatie, ‘fake news’; het zijn termen die je de laatste tijd veel hoort en die van grote invloed zouden zijn op de samenleving. Niet alleen in Nederland, maar ook internationaal. Veel verkiezingsprogramma’s benoemen de problemen rond des- en misinformatie. Maar hoe zit dit precies? Twee senior onderzoekers van het Rathenau Instituut, Luuk Ex en Anne-Floor Scholvinck, delen de resultaten van hun onderzoek rond dit thema.

Vertrouwen in de wetenschap blijft hoog

‘Er is groeiende zorg over vertrouwen in de wetenschap. Verwacht werd dat de afgelopen jaren het vertrouwen zou zijn gedaald, maar ons onderzoek laat zien dat dat niet het geval is’ vertelt Anne-Floor. Het Rathenau Instituut publiceerde afgelopen juli de resultaten van hun terugkerende onderzoek, waaruit bleek dat het vertrouwen in de wetenschap in Nederland zelfs iets is gestegen. Wel is te zien dat beide uitersten, dus de groep mensen met veel vertrouwen, maar ook die met weinig vertrouwen, zijn gegroeid.

Ook zou er een verband zijn tussen vertrouwen in de wetenschap en online des- en misinformatie, maar is dat wel zo? ‘Daarbij wordt “fake news” als een enorme bedreiging gezien’ vertelt Luuk. Dit ligt mogelijk wel wat anders. Afgelopen april bracht het Rathenau Instituut de resultaten van hun literatuurstudie “Online Vertrouwen” uit, die liet zien dat het verband tussen online misinformatie en vertrouwen in de wetenschap moeilijk aan te tonen is, mede doordat mensen veel verschillende opvattingen hebben van het begrip “wetenschap”. ‘Er is bijvoorbeeld een verschil tussen “wetenschap” en “wetenschapper”, want het interpreteren van enquêteresultaten over vertrouwen in de wetenschap moeilijk maakt’, zegt Luuk.

Met of zonder intentie

Het is dan ook goed om te bekijken: wat is nou des- en misinformatie? ‘Het is best lastig om een eenduidige definitie aan te nemen, want deze verschilt onder zowel onderzoekers als het publiek’ vertelt Anne-Floor. In hun onderzoek definieert het Rathenau Instituut desinformatie als “de verspreiding van grotendeels of geheel (wetenschappelijk) ongefundeerde claims waarvan de verzender weet dat ze niet kloppen, met als doel om geld te verdienen, voor vermaak of een combinatie hiervan, of om het democratisch proces te verstoren”. Bij misinformatie is die intentie er niet. ‘Wij spreken daarom vooral over misinformatie, omdat het niet altijd duidelijk is wat de intentie van de persoon is die de informatie verspreidt. Bovendien maakt het voor de lezer niet per se uit wat de intentie van de verspreider is (geweest)’.

De Fabeltjesfuik is een fabeltje

Hoeveel misinformatie er is, kan je alleen meten als je een harde definitie hebt. ‘Wat we tellen als misinformatie is moeilijk te zeggen’. En wat dat dan betekent ook. Wat zegt het als we misinformatie aanwijzen? Verandert dat dan ook gedrag van mensen? ‘Dat is moeilijk te zeggen, want ergens in geloven is niet hetzelfde als verandering van gedrag’ zegt Luuk. Onderzoek naar commentaarsecties van Facebook, Twitter en YouTube laat namelijk zien dat het delen van, of reageren op misinformatie vaak gedaan wordt door mensen die het niet geloven.

Daarnaast is in Nederland het “mediadieet” erg gevarieerd vergeleken met andere landen, zoals te lezen in het Digital News Report Nederland 2025: nieuws lezen en zien Nederlanders niet alleen op sociale media, maar ook in de krant, op tv en radio, en via familie en vrienden. Hierdoor valt het relatief wel mee hoeveel misinformatie mensen online tegenkomen. ‘Daardoor is de kans groot dat mensen niet vast blijven zitten in een mediadieet met alleen maar misinformatie’ zegt Luuk, ‘en dus niet in, zoals Arjen Lubach het noemde, de fabeltjesfuik belanden’.

Heeft debunken zin?

In het bestrijden van de verspreiding en gevolgen van misinformatie gaat veel tijd en geld zitten. Mensen worden gewaarschuwd, geholpen en voorbereid op het bestaan en circuleren van misinformatie. ‘Mediawijsheid interventies worden gezien als een vorm van prebunken. Daarvan zijn er alleen ook signalen dat deze een negatief effect kunnen hebben, het zogenoemde backlash effect’ zegt Anne-Floor. Die mediawijsheidvaardigheden kunnen namelijk sceptische reacties oproepen over alle, dus ook legitieme, informatie, iets wat je juist niet wil. Ook zou het goed zijn om misinformatie minder te factchecken (debunken), maar te verwijzen naar de plek waar mensen zelf goede informatie kunnen vinden. ‘Er bestaat namelijk het continued influence effect’ deelt Luuk. ‘Daarbij blijft er altijd nog iets hangen van de ‘misinformatie’ wanneer je de juiste informatie aan de persoon hebt gegeven. Daarom is het goed om de misinformatie zo min mogelijk te herhalen’.

Wat hebben we aan dit onderzoek?

‘Onderzoekers zouden meer empirisch onderzoek moeten doen naar vertrouwen en des- en misinformatie in de Nederlandse context, want we weten heel veel nog niet’ deelt Luuk. ‘Er komt veel data uit Amerika. Die omgeving is heel anders dan die hier in Nederland’. Beleidsmakers zouden hiervoor een passende onderzoeksagenda moeten opzetten. Er gaat nu al veel geld en aandacht naar misinformatie, maar de focus ligt vooral op dat het een “probleem” is en we de rechtstaat moeten beschermen. ‘Dat terwijl onderzoek naar onderliggende oorzaken juist belangrijk is. Denk bijvoorbeeld aan misinformatie rond vaccinatieprogramma’s. We zouden meer moeite moeten doen om te begrijpen wat de reden is dat mensen twijfelen over vaccineren, in plaats van te denken dat ze misleid zijn door misinformatie over vaccineren. Anders leidt dat tot een te beperkt beeld over een dalende vaccinatiegraad.”

Ook voor wetenschapscommunicatoren levert het Rathenau onderzoek inzichten. “Elk bericht debunken heeft niet zoveel zin. Het is beter om meer te focussen op de methode achter de wetenschap, de achtergrond van hoe het wetenschappelijk proces eruitziet’ zegt Anne-Floor. ‘Ga vooral met mensen in gesprek over de redenen achter de misinformatie en verwijs naar de plek waar ze zelf goede informatie kunnen vinden’.

Het Rathenau Instituut in het kort:
Het in 1986 opgerichte Rathenau Instituut (toen nog de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek) is een onafhankelijk kennisinstituut dat zich richt op de vraag: welke impact heeft technologie op ons leven? Hierbij focust het op 3 onderwerpen: technologie, wetenschap en innovatie, en de impact ervan op de samenleving. Elke twee jaar beslist het Rathenau Instituut welke thema’s zij aandacht geven, onder andere gebaseerd op input vanuit de samenleving.