‘Ik wilde zien hoe het er écht aan toegaat in Den Haag’

Hoe werkt de democratie van binnenuit? Promovenda Alena van Geen (Tilburg Law School) kreeg de kans het zelf te ervaren. Ze was de eerste Stevin Fellow binnen het CoSPIRIT-project van Tilburg University die meedraaide bij de Dienst Analyse en Onderzoek (DAO) van de Tweede Kamer.

DAO is een ambtelijke dienst binnen de Kamerorganisatie die niet werkt voor individuele politici, maar vooral voor de Kamercommissies. ‘Wij zijn er om het kennisfundament onder het politieke debat te versterken,’ zegt Jeanine de Roy van Zuijdewijn, kenniscoördinator bij DAO. ‘In de praktijk ondersteunen we Kamercommissies met informatie voor bijvoorbeeld debatten of rondetafelbijeenkomsten.’

Alena van Geen is rechtswetenschapper en werkte mee aan dossiers die relevant zijn voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Denk aan het prangende lerarentekort, maar ook: hoe kun je stimuleren dat meer studenten kiezen voor een opleiding waar krapte op de arbeidsmarkt heerst?

Bruikbaar en toegankelijk

‘OCW was nieuw terrein voor me,’ zegt ze. ‘Eerder bekeek ik beleidsstukken vooral vanuit een academisch perspectief. Nu probeerde ik vooral te achterhalen welke informatie van belang is voor Kamerleden.’ Dit was voor Alena heel leerzaam: ‘Hoe formuleer je iets zó dat een politicus het in één oogopslag begrijpt, zonder dat het te simplistisch wordt? Dat was een uitdaging en tegelijkertijd een waardevolle les.’

Ze schreef mee aan verschillende notities en beleidsanalyses, onder andere over het lerarentekort. Zo inventariseerde Alena welke beleidsmaatregelen er de afgelopen jaren zijn ingezet om het lerarentekort aan te pakken en welke effecten die hadden. Ook bracht ze knelpunten in kaart, zoals het tekort aan leraren in specifieke vakgebieden en in bepaalde regio’s. Verder werkte ze mee aan een stuk over de Nota Ruimte. ‘Dat ging over de ruimtelijke ordening van Nederland en hoe we die de komende jaren moeten inrichten. Ik keek vooral naar de juridische kaders, denk aan de wetgeving rondom bouwen.’

‘Het gaat er dan echt om: wat zijn de belangrijkste punten? Wat is er eerder geprobeerd? Wat zijn de actuele vraagstukken? En hoe zet je dat helder en toegankelijk op papier?’ Die ervaring kwam zeker van pas bij het schrijven van haar proefschrift, zegt ze. ‘Ik ben me nu veel bewuster van hoe je iets opschrijft zodat het ook daadwerkelijk bruikbaar is voor mensen buiten de academie.’

Hoewel het onderwerp niet direct aansloot bij haar promotieonderzoek (dat gaat over arbeidsomstandigheden in de bouwsector in het licht van de groene transitie), ontstonden er gaandeweg toch inhoudelijke kruisverbanden. ‘Binnen de commissie OCW ging het veel over “een leven lang ontwikkelen”. Die kennis kan ik mogelijk weer verwerken in mijn proefschrift.’ Want ook haar promotieonderzoek gaat deels over de nieuwe vaardigenheden die nodig zijn als de arbeidsmarkt in de bouwsector verandert.

Brug tussen beleid en wetenschap

DAO werkt nauw samen met wetenschappers, maar is zelf geen wetenschappelijk instituut. ‘Als we diepgravend onderzoek nodig hebben, schakelen we externe onderzoekers in,’ zegt Jeanine. ‘Maar het begint bij een duidelijke kennisvraag. Soms stellen politici een vraag die wetenschappers te politiek vinden en lastig om wetenschappelijk te onderzoeken. Wij proberen de vraag dan zo te formuleren dat wetenschappers er wél mee aan de slag kunnen. Veel van onze medewerkers hebben een onderzoeksachtergrond of affiniteit met de wetenschap waardoor we deze vertaalslag goed kunnen maken.’

Het is een subtiele rol. DAO schrijft bewust geen beleidsadviezen, zegt ze. ‘Wij leveren vooral analytische stukken. We doen geen uitspraken over wat het beleid zou moeten zijn.’ Dat evenwicht tussen inhoud en neutraliteit is ook terug te zien in het werk van de fellows. Als afsluiting van haar tijd bij DAO schreef Alena een strategische reflectie over arbeidsmarktkrapte in het licht van de groene en digitale transitie.

De praktijk is vaak weerbarstiger

‘Ik heb gekeken naar wat er in de wetenschap over dit thema geschreven is, wat er beleidsmatig is gedaan, en wat aandachtspunten zijn voor nieuw beleid,’ legt ze uit. Het idee is dan dat Kamerleden die input weer inbrengen in debatten vanuit hun controlerende rol. Jeanine noemt het waardevol dat fellows een eigen onderwerp kiezen. ‘Zo komt er ook echt kennis bij ons binnen die we zelf misschien niet snel opgepakt zouden hebben.’

Wat leerde Alena over de politiek? ‘Ik merkte dat ik veel vaker ben gaan nadenken over hoe iets dat je schrijft ook praktisch kan landen. Tijdens mijn tijd bij DAO dacht ik steeds vaker: wat is nou het maatschappelijke probleem, en hoe kan mijn proefschrift daar een bijdrage aan leveren?’ De ervaring bracht ook meer nuance in haar kijk op politiek. ‘Vanuit de wetenschap hoor je snel: de politiek zou dit of dat moeten doen. Maar in de praktijk blijkt dat het vaak ingewikkelder ligt. Je hebt te maken met belangen, tijdsdruk en machtsstructuren. Het is niet één grote rationele afweging.’

Een leerzaam experiment

De fellowship werd opgezet in samenwerking met Tilburg University en is inmiddels toe aan de derde lichting. ‘We hadden geen draaiboek,’ vertelt Jeanine. ‘Het was een experiment, en Alena heeft daar echt aan meegebouwd. Fellows brengen expertise in, zijn scherp in hun analyse, en kunnen snel schakelen. En hopelijk helpt het fellowship om de brug tussen beleid en wetenschap verder te versterken.’ Ook Alena kijkt positief terug op haar tijd in Den Haag. ‘Ik vond het ontzettend interessant en relevant. En ik zou het andere promovendi zeker aanraden.’

Wat zijn CoSPIRIT en het Stevin Fellowship?
Het fellowshipprogramma is onderdeel van het bredere CoSPIRIT-project van Tilburg University en wordt mogelijk gemaakt door een Stevinpremie van NWO, toegekend aan hoogleraar Corien Prins. Promovendi draaien een half jaar mee bij de Tweede Kamer en schrijven naast hun ondersteuning voor Kamercommissies ook een strategisch reflectiestuk waarin ze hun wetenschappelijke expertise toepassen op een actueel beleidsvraagstuk. Het doel van CoSPIRIT is om duurzame verbindingen te creëren tussen wetenschap en beleid, zodat onderzoekskennis beter en tijdiger wordt benut in maatschappelijke en politieke besluitvorming.