kennisbank
Het mondiale wetenschapsdieet: waar halen we onze informatie vandaan?
Uit het onderzoek

Het mondiale wetenschapsdieet: waar halen we onze informatie vandaan?

Scrollend op TikTok of toch via het achtuurjournaal; waar komen mensen het vaakst wetenschappelijke informatie tegen? En waar ter wereld is men het meest uitgesproken over wetenschappelijke onderwerpen? Deze en meer vragen dreven Niels Mede van Wageningen University & Research (WUR) en zijn collega’s tot een onderzoek van ongekende schaal – met wel 72 duizend ondervraagden uit 68 verschillende landen. 

De eind vorig jaar uitgekomen publicatie is onderdeel van het TISP-project (Trust in Science and Science-related Populism), een mondiaal onderzoeksproject dat zich richt op de publieke opinie rondom wetenschap. Voor dit project vulden tienduizenden wereldburgers een vragenlijst in. Projectleiders Niels en TISP-collega Victoria Cologna stonden gelukkig niet alleen voor deze opgave: een team van 241 onderzoekers wereldwijd hielp hen zoveel respondenten te bereiken.

Het hoofddoel van het project is om bewijs te verzamelen hoe het gesteld staat met het wereldwijde vertrouwen in de wetenschap. Bijzonder: de onderzoekers ondervroegen ook veel deelnemers uit landen die vaak worden bestempeld als het ‘Mondiale Zuiden’, een regelmatig ondervertegenwoordigde groep in dit soort onderzoeken.

‘Veel mensen denken dat er tegenwoordig een wereldwijde vertrouwenscrisis is in de wetenschap, maar er bestond haast geen data uit regio’s als bijvoorbeeld Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika om zulke claims te onderbouwen. Uit de cijfers van ons onderzoek komt geen bewijs voor een dergelijke “crisis” naar voren: alle 68 landen scoren op z’n minst middelmatig hoog op vertrouwen in wetenschap, zo’n 3,6 op een schaal van 1 tot 5.’ - Niels Mede

Sociale media belangrijkste bron

Het onderzoek naar het wetenschapsdieet van mensen uit verschillende landen is een van de vele publicaties die uit de TISP-data komt voortvloeien. De hoofdconclusie klinkt wellicht weinig verrassend: sociale media zijn wereldwijd de belangrijkste bron van wetenschapsinformatie geworden. In 53 van de 68 landen zegt men vaker wetenschap tegen te komen via Facebook, TikTok en Instagram dan via krant of televisie.

Wel opvallend: de landen die een uitzondering vormen op deze vondst zijn overwegend West-Europees, zo ook Nederland. Hier wint de traditionele media – denk aan kranten, tv, maar ook nieuwssites – het nog nipt van de social media-algoritmes wat betreft blootstelling aan wetenschappelijke content. Volgens Niels komt dit vooral door de sterke nationale omroepen en kwalitatief goede journalistiek in deze landen. De druk om op sociale media naar wetenschap te zoeken is hier dus minder hoog.

Stephan van Duin, oprichter van The Online Scientist en niet betrokken bij het onderzoek, geeft regelmatig wetenschapscommunicatie- en mediatrainingen aan wetenschappers en herkent het beeld dat in ons land de traditionele media nog altijd een grote rol spelen in wetenschapscommunicatie. ‘Het gros van de Nederlanders ziet social media als ontspanning omdat er goede alternatieven zijn voor informatievoorziening, en slechts een deel zoekt er actief naar wetenschapsnieuws. De meeste mensen komen wetenschap dan vooral bewust tegen op het journaal of in de krant. In landen waar die kanalen minder sterk aanwezig zijn, moet men het meer hebben van sociale media.’

Niels Mede en Stephan van Duin

Volgens de WetCom-adviseur is het een dubbel resultaat. Enerzijds is hij blij dat inwoners van landen zonder goede en vrije pers hun weg weten te vinden naar wetenschappelijke informatie, maar tegelijkertijd maakt hij zich zorgen over de negatieve impact van social media. ‘Social media kunnen schadelijk voor de mentale gezondheid zijn, en de bedrijven achter die platforms delen vaak niet WetCom-idealen als rechtvaardigheid en gelijkheid. Er is eigenlijk maar weinig discussie in ons veld over de nadelige kanten van social media.’ Daarom komt hij zelf steeds meer terug van deze platforms als centraal medium. ‘Ik vind het fijn dat we in Nederland nog lang niet volledig afhankelijk zijn van sociale media voor wetenschapsinformatie, maar het is natuurlijk wel tragisch dat inwoners van landen als Egypte en Bangladesh er eigenlijk geen goed alternatief voor hebben.’

Armer land = meer wetenschapsinformatie?

Niels en zijn collega’s vergeleken de landen ook op basis van nationale indicatoren, zoals het gemiddelde opleidingsniveau, graad van digitalisering en bruto binnenlands product (BBP). Vooral de laatste factor bleek een sterke samenhang te hebben met het wetenschapsdieet van burgers: mensen uit landen met een kleinere economie per hoofd van de bevolking – denk aan Bangladesh of India – gaven aan váker toevallig wetenschappelijke informatie tegen te komen in hun dagelijks leven dan inwoners van rijkere landen.

Uit het TISP-onderzoek van Niels blijkt dat landen met een lager bruto binnenlands product (BBP) vaker wetenschapsinformatie tegenkomen – en dan meestal op social media. Door Mede et al.

‘We snappen nog steeds niet goed hoe dit komt’, bekent Niels. ‘Misschien zijn er meer concurrerende soorten informatie in rijkere landen, of misschien wordt wetenschap daar minder relevant geacht; armere landen ondervinden vaak meer last van problemen die met wetenschap samenhangen, zoals klimaatopwarming.’

Een andere treffende correlatie die de onderzoekers vonden: mensen in landen met een lager gemiddeld onderwijsniveau zijn meer uitgesproken over wetenschappelijke onderwerpen. ‘Deze vondst ligt in lijn met het Dunning-Kruger effect: wanneer mensen minder kennis hebben van een onderwerp, neigen zij hun eigen expertise te overschatten. Het risico daarvan is dat men ook sneller onjuiste beweringen over wetenschap kan gaan verkondigen.’

Maar ook beperkingen in academische en persvrijheid, zoals in Turkije of Egypte, lijken mensen niet tegen te houden zich toch te informeren over wetenschap, erover te praten, of er zelfs voor te demonstreren. Een ‘bemoedigend resultaat’, noemt Niels het. ‘Mensen laten zich dus niet per se het zwijgen opleggen bij een verminderde vrijheid van meningsuiting.’

‘Slechts een momentopname’

Stephan ziet wel directe toepassingen voor de TISP-resultaten. ‘Het is een interessante studie die een soort tipje van de sluier oplicht en vooral ook nieuwsgierig maakt naar het waaróm achter deze resultaten. En in de tussentijd kan ik informatie over mediagebruik en vertrouwen in de wetenschap wel gebruiken als ik workshops geef aan mensen uit verschillende landen, omdat ik ze kan laten reflecteren op de WetCom-situatie in hun eigen land.’

Voor Niels zijn nog niet alle brandende vragen over het wereldwijde vertrouwen in de wetenschap beantwoord. ‘De vragenlijst was slechts een enkele momentopname; hoe het vertrouwen en het gebruik van media zich ontwikkeld door de jaren kunnen we niet vaststellen. Ook de vraag op welke specifieke online platforms mensen wetenschap tegenkomen, hebben we niet gesteld.’

Alle data van de wereldwijde survey zijn vrij beschikbaar via de TISP-website. Niels’ uitnodiging aan andere onderzoekers is duidelijk: ‘ga vooral je eigen onderzoeksvragen over het WetCom-gedrag van mensen beantwoorden!’

TISP-tips van Niels: hoe houden we Nederlanders goed op de hoogte van wetenschap?



  1. WetCom-beleidsmakers: onderschat de traditionele nieuwsmedia niet. ‘Televisie, kranten en nieuwssites zijn in Nederland nog altijd een van de belangrijkste informatiebronnen van wetenschap en hebben een grote impact op de betrokkenheid van de Nederlander bij wetenschappelijke ontwikkelingen. Zorg er als beleidsmaker dus voor dat er genoeg financiering naar wetenschapsjournalisten blijft gaan.’
  2. Communicatoren: wees origineel in je mediagebruik. ‘Naar mijn mening zou fictie vaker toegepast mogen worden voor WetCom: scifi-series, -films en -boeken zijn een geweldige manier om mensen te bereiken die normaal niet geïnteresseerd zijn in wetenschap, of er zelfs overmatig kritisch naar zijn. Dit soort vormen kunnen makkelijk wetenschappelijke feiten overbrengen aan een publiek, maar ook sentimenten over wetenschappers en de wetenschappelijke methode.’
  3. Wetenschappers: probeer je werk te delen, en vraag om hulp als je je daar nog niet klaar voor voelt. ‘Niet elke wetenschapper hoeft ook een communicator te zijn. Toch zou het goed zijn als meer van hen deze rol op zich gaan nemen. Beleidsmakers kunnen ze hierin bijstaan door meer ruimte te bieden voor trainingen en beschermingsmaatregelen tegen haatdragende taal en intimidatie.’

Heb jij een leuke casus uit de praktijk, een opiniestuk, of wil je een vraag over wetenschapscommunicatie beantwoorden? Stuur het in voor de NEWS Kennisbank!

Wat doet NEWS?

NEWS ondersteunt je met jouw wetenschapscommunicatie

Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS) verbindt wetenschap en samenleving door een nieuwe, open en betrokken wetenschap. We adviseren, delen kennis, en bouwen duurzame verbindingen tussen onderzoekers, communicatiemedewerkers, beleidsmakers en journalisten binnen de wetenschapscommunicatie.