kennisbank
De rol van psychologische afstand bij vertrouwen in de wetenschap
Uit het onderzoek

De rol van psychologische afstand bij vertrouwen in de wetenschap

Vertrouwen in de wetenschap staat volop in de belangstelling. Denk aan discussies over klimaatverandering, stikstof, vaccinaties of nieuwe technologieën. Daarbij speelt wetenschappelijke kennis een centrale rol, maar wordt deze niet altijd vanzelfsprekend vertrouwd of geaccepteerd. Tegelijkertijd is een zekere kritische houding naar wetenschappelijke kennis en hoe deze tot stand komt belangrijk. Dat roept een vraag op voor wetenschapscommunicatie: hoe kun je werken aan vertrouwen in de wetenschap, en tegelijkertijd een constructief-kritische discussie over wetenschap in de maatschappij stimuleren?

Wat is vertrouwen in de wetenschap?

Allereerst: vertrouwen is geen vast gegeven, maar ontstaat in interactie. Bovendien ontstaat er vaak pas discussie rondom de betrouwbaarheid van wetenschap als het gaat om een thema dat relevant is voor mensen in hun dagelijks leven, of om een onderwerp dat raakt aan belangrijke waarden of wereldbeelden.

Vertrouwen in de wetenschap wordt vaak gezien als één ding, maar in werkelijkheid is het een complex en gelaagd concept. Onderzoek laat zien dat mensen verschillende aspecten meewegen wanneer ze bepalen of ze wetenschap vertrouwen (Iordanou et al., 2026). Belangrijk hierbij is dat vertrouwen niet alleen gaat over “de wetenschap”, maar vaak in een concrete ontmoetingen met wetenschappers of binnen specifieke thema’s ontstaat. Dit betekent dat vertrouwen kan variëren per onderwerp, context en persoon (Rutjens, Van der Lee, en Sutton, 2026). Iemand kan bijvoorbeeld veel vertrouwen hebben in medische wetenschap, maar sceptisch zijn over milieumodellen.

Waar hangt vertrouwen vanaf?

Er is lang gedacht dat vertrouwen vooral afhangt van kennis: hoe beter mensen geïnformeerd zijn, hoe meer vertrouwen ze hebben – het zogenaamde information deficit model. Maar kennis lijkt in veel gevallen onvoldoende te zijn om goed te verklaren waarom mensen wetenschap niet vertrouwen of accepteren (Bucchi en Trench, 2021).

Recente inzichten uit de wetenschapscommunicatie en sociale psychologie laten zien dat vertrouwen in wetenschap samenhangt met hoe relevant en ‘dichtbij’ mensen de wetenschap ervaren in hun eigen leven. Dit concept wordt in de sociale psychologie ‘psychologische afstand’ (psychological distance) genoemd, en beschrijft hoe ‘ver weg’ of ‘dichtbij’ iets voor mensen voelt. Daarbij worden vier dimensies onderscheiden:

  1. Sociale afstand gaat over de vraag in hoeverre wetenschappers worden gezien als ‘mensen zoals ik’ of juist als een verafstaande groep.
  2. Spatiële afstand draait om de vraag of wetenschap zich dichtbij afspeelt, bijvoorbeeld in je eigen leefomgeving, of juist ver weg.
  3. Temporele afstand gaat over het hier en nu tegenover een verre toekomst of een ver verleden.
  4. Hypothetische afstand beschrijft in hoeverre wetenschappelijke kennis concreet en toepasbaar voelt, of juist abstract en onzeker.

Waarom is psychologische afstand belangrijk voor vertrouwen?

Onderzoek laat zien dat het verkleinen van psychologische afstand kan bijdragen aan vertrouwen (Većkalov et al., 2025). Wanneer mensen wetenschap als dichtbij ervaren, begrijpen ze beter hoe het onderzoek in elkaar zit, zien ze hoe het hen raakt en voelen veel mensen zich vervolgens serieuzer genomen rond dat thema.

Citizen science biedt een interessante context om psychologische afstand te verkleinen (Bonney et al., 2009; Haklay, 2013). In een studie naar citizen science-projecten (rond luchtkwaliteit en geluidsoverlast) werd dit heel concreet zichtbaar (Vegt et al., 2026):

  • Deelnemers werkten samen met wetenschappers en leerden hen persoonlijk kennen, waarbij ze merkten dat wetenschappelijk onderzoek doen iets was waar ze zelf een grote rol in konden spelen. Zo nam de sociale afstand af.
  • De metingen die voor het onderzoek werden gedaan vonden plaats in hun eigen huis of buurt. Daardoor kwam het onderzoek ook spatieel dichterbij.
  • Data was meestal direct beschikbaar op een openbare website en er was data over tijdstippen en over perioden die deelnemers belangrijk vonden. Dat maakte de termporele afstand kleiner.
  • Abstracte concepten zoals “geluidsbelasting” werden doordat deelnemers er zelf metingen mee gingen doen concreet en er kwamen inzichten in wat de metingen wel en niet betekenden. Dit had een positief effect op de hypothetische afstand van de deelnemers.

Dit had dus duidelijke effecten. Deelnemers gaven aan dat ze meer begrip kregen van wat wetenschappelijk onderzoek inhoudt, meer vertrouwen hadden in de resultaten én zich serieuzer genomen voelden.

Maar: nabijheid is geen wondermiddel

Tegelijkertijd is het niet zo simpel als: meer nabijheid leidt automatisch tot meer vertrouwen in wetenschap. Wanneer wetenschap dichterbij komt, zien mensen niet alleen beter wat onderzoek oplevert, maar ook welke keuzes, onzekerheden en beperkingen daarin een rol spelen. Dat kan vragen, zorgen of kritiek oproepen. Dat hoeft geen wantrouwen te betekenen, maar kan juist aanleiding zijn voor een gesprek over de mogelijkheden, beperkingen en afwegingen binnen wetenschappelijk onderzoek.

Daarnaast blijft ook de institutionele context belangrijk. Wetenschap kan heel dichtbij voelen, maar wanneer mensen zien dat onderzoeksresultaten nauwelijks worden meegenomen in beleid of besluitvorming, kan dat alsnog gevolgen hebben voor hun vertrouwen. Met andere woorden: psychologische afstand verkleinen is geen quick fix, maar zou wel een voorwaarde kunnen zijn voor het ontstaan van vertrouwen.

Wat betekent dit voor wetenschapscommunicatie?

Voor wetenschapscommunicatie betekent dit dat vertrouwen vergroten vraagt om meer dan alleen goede uitleg. Het is belangrijk om te investeren in interactie en niet alleen in ‘zenden’. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van dialoog, zodat mensen niet alleen geïnformeerd worden, maar ook hun vragen of zorgen over een bepaald onderzoeksthema worden gehoord. In die interactie kunnen wetenschappelijke kennis en de ervaringskennis van burgers elkaar bovendien aanvullen, waardoor een rijker beeld van het vraagstuk ontstaat.

Verder is het belangrijk om wetenschap lokaal en relevant te maken, door abstracte kennis te verbinden aan concrete ervaringen en situaties uit het dagelijks leven. Het kan ook helpen om de mens achter de wetenschap te laten zien; uiteindelijk zijn wetenschappers ook gewoon mensen. Bij zulke interacties tussen wetenschap en samenleving is transparantie belangrijk, juist ook over de onzekerheden en beperkingen van onderzoek. Tegelijk moet er ruimte zijn voor ervaringen en emoties. Wat voor onderzoekers een abstract vraagstuk kan zijn, raakt voor anderen soms direct aan hun leven of leefomgeving. Vertrouwen gaat namelijk niet alleen om kennis, maar ook over erkenning en respect. Door psychologische afstand te verkleinen, ontstaat ruimte voor wederzijds begrip, dialoog en betrokkenheid. Zo wordt wetenschap niet alleen begrijpelijker en relevanter, maar ook iets waarin mensen zichzelf in kunnen herkennen en waardoor vertrouwen kan groeien.

  1. Bonney, R., Ballard, H., Jordan, R., McCallie, E., Phillips, T., Shirk, J., & Wilderman, C. C. (2009). Public participation in scientific research: Defining the field and assessing its potential for informal science education. A CAISE Inquiry Group Report. Available at: https://files.eric.ed.gov/fulltext/ED519688.pdf
  2. Bucchi, M., & Trench, B. (2021). Rethinking science communication as the social conversation around science. Journal of Science Communication, 20(03), Y01. https://doi.org/10.22323/2.20030401
  3. Haklay, M. (2013). Citizen Science and Volunteered Geographic Information: Overview and Typology of Participation. In D. Sui, S. Elwood, & M. Goodchild (Eds.), Crowdsourcing Geographic Knowledge (pp. 105–122). Springer Netherlands. https://doi.org/10.1007/978-94-007-4587-2_7
  4. Iordanou, K., Antoniou, A., & De Vos, M. (2026). Public Trust in Science: A Systematic Literature Review. Journal of Academic Ethics, 24(1), 56. https://doi.org/10.1007/s10805-026-09732-5
  5. Rutjens, B. T., Van Der Lee, R., & Sutton, R. M. (2026). What’s next for the psychology of science rejection? Current Opinion in Psychology, 68, 102217. https://doi.org/10.1016/j.copsyc.2025.102217
  6. Većkalov, B., Zarzeczna, N., Van Harreveld, F., & Rutjens, B. T. (2025). Psychological distance to science affects science evaluations. Journal of Social Issues, 81(1), e12663. https://doi.org/10.1111/josi.12663
  7. Vegt, K. R., Elberse, J. E., Rutjens, B. T., & Hessels, L. (in press). How can citizen science reduce psychological distance to science? Insights from three projects in contested environmental contexts. Journal of Science Communication. Preprint: https://doi.org/10.31234/osf.io/6aqm2_v1

Welke rol speelt psychologische afstand in vertrouwen in de wetenschap?
Is er een vertrouwenscrisis? Nee. Mensen vertrouwen wetenschappers prima.

Heb jij een leuke casus uit de praktijk, een opiniestuk, of wil je een vraag over wetenschapscommunicatie beantwoorden? Stuur het in voor de NEWS Kennisbank!

Wat doet NEWS?

NEWS ondersteunt je met jouw wetenschapscommunicatie

Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS) verbindt wetenschap en samenleving door een nieuwe, open en betrokken wetenschap. We adviseren, delen kennis, en bouwen duurzame verbindingen tussen onderzoekers, communicatiemedewerkers, beleidsmakers en journalisten binnen de wetenschapscommunicatie.