kennisbank
Als onderzoeker de straat op met Gesprekken op Plekken
Uit de praktijk

Als onderzoeker de straat op met Gesprekken op Plekken

Wetenschap bereikt het publiek vaak via lezingen en podcasts. Maar wat gebeurt er als onderzoekers zelf de straat op gaan en het gesprek zoeken met voorbijgangers? In winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht gebeurt dat voor het publieksprogramma Gesprekken op Plekken. Wat levert dat op – en wat leer je daarvan? Projectleider Lieke Dekker, onderzoekers en deelnemers delen hun ervaringen.

Tussen winkelend publiek, vlak voor de Primark, zitten ze tegenover elkaar op felgekleurde stoeltjes: een vrouw die hier toevallig langsliep, en promovendus Sofie de Wilde de Ligny, die onderzoek doet naar online privacy. Sofie legt uit hoe overheden data uit navigatiesystemen opkopen en analyseren – bijvoorbeeld om te bepalen waar parkeerplaatsen komen of waar winkels zich vestigen. Even blijft het stil. ‘Dat boezemt me angst in,’ zegt de vrouw. Sofie knikt. Het is een reactie die ze vandaag vaker hoort.  

Een doorsnede van de maatschappij

Het gesprek maakt deel uit van Gesprekken op Plekken. Aan een paar eenvoudige tafeltjes gaan onderzoekers uit verschillende disciplines vandaag in gesprek met voorbijgangers, over thema’s als ‘je goed voelen’, ‘online privacy’ en ‘fijn en betaalbaar wonen’. Wie langsloopt kan aanschuiven – vaak na een uitnodiging van de host, die mensen aanspreekt en naar een vrije stoel leidt. Na een korte uitleg van het onderzoek, volgt het gesprek.

Het initiatief komt van het Centrum voor Wetenschap en Cultuur van de Universiteit Utrecht en probeert een bekend probleem in de wetenschapscommunicatie te doorbreken: bij publieksactiviteiten bereik je vaak dezelfde mensen. ‘Denk aan een lezing of podcast,’ zegt projectleider Lieke Dekker. ‘Daar komen vooral mensen op af die al geïnteresseerd zijn. Hier in Hoog Catharijne spreek je juist toevallige voorbijgangers – een mooie doorsnede van de maatschappij.’ En juist daar duiken andere perspectieven op.

Minder zenden, meer luisteren

Gesprekken op Plekken reist dit jaar langs verschillende plekken in Utrecht, van bibliotheken tot winkelcentra en wijkpleinen. In die publieke ruimtes verandert het contact tussen wetenschap en samenleving: minder zenden, meer luisteren. Voorbijgangers reageren op wat onderzoekers vertellen, stellen vragen of delen ervaringen. Zo horen onderzoekers hoe hun werk buiten de universiteit landt, terwijl bezoekers hun eigen ideeën en vragen kunnen inbrengen.  

Ondertussen gaat het winkelcentrum gewoon door. Mensen haasten zich naar de trein, sjouwen met boodschappentassen of blijven even staan. Tussen die stroom door beweegt Lieke zich als host. Ze spreekt mensen aan, nodigt ze uit en brengt gesprekken op gang. Niet iedereen schuift aan – sommigen moeten hun trein halen – maar de stoeltjes blijven zelden lang leeg. Elke vijftien minuten zit er weer iemand anders tegenover een onderzoeker. Na drie uur neemt een nieuwe groep wetenschappers het over.

Een spiegel voorhouden

Een paar meter verderop zit Eveline Kallenberg, promovendus op het thema welzijn: wat maakt dat mensen zich goed voelen – en hoe leer je omgaan met emoties en tegenslagen? Net als de andere onderzoekers meldde ze zich vrijwillig aan. Niet alleen om haar onderzoek te delen, maar ook om te horen hoe mensen buiten de universiteit naar haar onderwerp kijken. ‘Ik wil mezelf als wetenschapper een spiegel voorhouden,’ zegt ze. ‘Voor wie doe ik dit onderzoek eigenlijk?’

Aan het begin van de dag heeft ze een duidelijk plan. Tijdens de voorbereiding bedacht ze wat ze uit de gesprekken wilde halen. ‘Mijn doel was om met mensen te sparren over hoe je welzijn kunt meten,’ zegt ze. ‘Stel dat je welzijn als vak geeft op de middelbare school – hoe toets je dat dan?’ Maar al snel merkt ze dat die vraag hier niet landt. ‘Mensen hebben geen beeld bij het idee dat je welzijn kunt meten.’

Dus gooit ze het over een andere boeg. Ze stelt vragen die dichter bij de leefwereld van haar gesprekspartners liggen. Wat had je vroeger willen leren over je goed voelen? En waar – op school, online of juist in gesprek? ‘Dan merk je dat mensen meteen beginnen te praten en vertellen wat zij belangrijk vinden als het gaat om welzijn.’

In gesprek met voorbijgangers in winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht. Door Ward Mevis.

Gedwongen anders praten

Wat haar gedurende de dag misschien nog het meest opvalt, is haar eigen taalgebruik. Woorden die binnen de universiteit vanzelfsprekend zijn, blijken dat daarbuiten niet. ‘Ik dacht dat “welzijn” een normaal woord was,’ zegt ze. ‘Maar mensen vroegen: wat bedoel je eigenlijk?’ Ze zoekt naar andere woorden en merkt wat werkt. ‘Je goed voelen, lekker in je vel zitten – dan zie je meteen herkenning. Je wordt hier echt gedwongen om anders te praten,’ zegt ze. ‘En dat is belangrijk, want als ik mijn onderzoek naar de maatschappij wil brengen, moet ik beginnen bij de taal van de mensen die ik wil bereiken.’

Ook Sofie merkt hoe lastig het kan zijn om haar onderzoek toegankelijk te maken. In haar dagelijkse werk spreekt ze vooral professionals; hier moet ze opnieuw beginnen. ‘Veel mensen hebben geen beeld bij hoe apps data verzamelen en wat er daarna mee gebeurt,’ zegt ze. Door aan te sluiten bij herkenbare voorbeelden, zoals cookies, merkt ze dat gesprekken sneller op gang komen. 

Gewoon even praten

Aan het eind van de middag, ruim vijftig gesprekken later, kijkt Lieke tevreden terug. ‘Je hoort echt wat er speelt.’ Niet elk gesprek verloopt soepel en dat vraagt om schakelen. ‘Soms reageren mensen erg emotioneel, bijvoorbeeld boos of gefrustreerd,’ zegt Lieke. ‘Dan helpt het om door te vragen naar wat wél werkt, of naar hoe het beter kan,’ zegt ze. Zo blijft het gesprek in beweging.

Hoewel Lieke als host veel mensen over de drempel helpt, zijn er ook voorbijgangers die uit zichzelf aanschuiven. Zoals twee jongens van zeventien, die nieuwsgierig zijn naar het onderwerp ‘Je goed voelen’, van Eveline. ‘Ik zat al veel na te denken over dat onderwerp,’ zegt een van hen. ‘En toen zag ik dat hier mensen zaten die daar onderzoek naar doen. Ik dacht: ik ga gewoon even praten.’ Het gesprek verloopt moeiteloos, vertellen ze. ‘We zouden wel vaker met onderzoekers willen praten.’

Even later lopen de jongens weer de drukte van Hoog Catharijne in, net als de andere voorbijgangers die vandaag even aanschuiven bij een onderzoeker. Een paar minuten lang delen onbekenden hun ideeën, vragen en ervaringen met elkaar. Voor onderzoekers leveren die gesprekken nieuwe perspectieven op – inzichten die kunnen leiden tot andere onderzoeksvragen of een andere manier om hun werk uit te leggen. Voor bezoekers is het een kans om hun eigen ervaringen te delen en mee te denken met iemand die er onderzoek naar doet.

Zo pak je gesprekken met een breed publiek aan

Wil je zelf aan de slag met laagdrempelige gesprekken tussen wetenschap en publiek? Dit zijn volgens Lieke Dekker de belangrijkste lessen:

  1. Investeer in voorbereiding én begeleiding | Bereid onderzoekers goed voor. 1-op-1 coaching helpt om een helder en persoonlijk verhaal te formuleren en goede vervolgvragen te stellen. Oefen ook met omgaan met onverwachte situaties – van weerstand tot emotie – bijvoorbeeld door te focussen op wat wél werkt of een gewenst toekomstbeeld. Houd gesprekken kort (max 15 minuten) en geef handvatten om ze constructief te sturen.
  2. Werk met een host | Laat onderzoekers zich richten op het gesprek, terwijl een host voorbijgangers aanspreekt, uitnodigt en afwijzingen opvangt. Afwijzingen horen erbij – je staat op een plek waar mensen je niet verwachten en met iets anders bezig zijn. ‘Voor elke ja krijg ik meerdere nee’s,’ zegt Lieke. ‘Dat hoort erbij.’ Houd het uitnodigen bovendien informeel – zeg ‘we’ in plaats van ‘de universiteit’ – om afstand te verkleinen. En besef: hoe druk het is, verschilt per plek en moment. Juist daarom is het belangrijk om vooraf realistische verwachtingen te hebben – voor jezelf én voor de onderzoekers. 
  3. Denk verder dan bereik: organiseer, meet en leer | Deze aanpak draait om kwalitatieve impact. Meet laagdrempelig (bijvoorbeeld met kaartjes met korte vragen: wie sprak je, voelde iemand zich gehoord?) en gebruik die inzichten om je aanpak te verbeteren. Voor structurele impact is meer nodig dan een eenmalig event: investeer in training, hosting, locaties en ruimte om te experimenteren. De plek en het moment bepalen bovendien wie je bereikt – en dus welke stemmen je hoort.
  4. Spreek de taal van je publiek | Wat voor jou vanzelfsprekend is, is dat voor anderen niet. Test en pas je taal aan: vermijd jargon en kies woorden die aansluiten bij de leefwereld van je gesprekspartner, zoals ‘je goed voelen’.
  5. Stel vragen die uitnodigen tot gesprek | Vermijd kennisvragen, dat zorgt voor afstand. Maak je eigen verhaal persoonlijk en vraag naar ervaringen, meningen en gevoelens: ‘Wat vind je hiervan?’ of ‘Wat doet dit met jou?’. Zo ontstaat sneller een gelijkwaardig gesprek waarin beide kanten iets inbrengen.

Heb jij een leuke casus uit de praktijk, een opiniestuk, of wil je een vraag over wetenschapscommunicatie beantwoorden? Stuur het in voor de NEWS Kennisbank!

Wat doet NEWS?

NEWS ondersteunt je met jouw wetenschapscommunicatie

Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS) verbindt wetenschap en samenleving door een nieuwe, open en betrokken wetenschap. We adviseren, delen kennis, en bouwen duurzame verbindingen tussen onderzoekers, communicatiemedewerkers, beleidsmakers en journalisten binnen de wetenschapscommunicatie.