
Voor wetenschappers om te horen wat er leeft in de samenleving en zo mogelijk op nieuwe onderzoeksideeën te komen. Voor niet-wetenschappers om hen vertrouwder te maken met wetenschap: wat is het? wie doen het? en hoe wordt het uitgevoerd?
Voorbijgangers die toevallig langslopen en zonder van plan te zijn om het met een wetenschapper ergens over te gaan hebben. Daarnaast onderzoekers uit verschillende disciplines die willen oefenen met laagdrempelige gesprekken met een breed publiek.
Doorlopend programma op verschillende locaties, met per week wisselende aantallen en een breed publiek van voorbijgangers

Gesprekken op Plekken brengt wetenschappers en voorbijgangers samen op openbare plekken. In korte, open gesprekken ontdekken wetenschappers wat er leeft in de samenleving en leert het publiek over het onderzoek. Het is een eenvoudige vorm, maar met grote impact: een ontmoeting die beide kanten iets oplevert.
De wijkbieb is echt een hele mooie afspiegeling van de samenleving.”
Gesprekken op Plekken is een laagdrempelig publieksprogramma van de Universiteit Utrecht. Het speelt zich af op locaties zoals bibliotheken, markten, stadskantoren en winkelcentra door heel Utrecht. Onderzoekers nemen plaats aan kleine tafels waar iedereen kan aanschuiven. Ze vertellen kort en begrijpelijk over hun onderzoek, vaak met een concreet voorbeeld. Bijvoorbeeld het verhaal van iemand die leeft met een ziekte waar zij onderzoek naar doen. Daarna nodigen ze voorbijgangers uit om hun eigen ideeën en ervaringen te delen. De gesprekken zijn open, vrijblijvend en ontstaan ter plekke; er is geen vooraf bepaald format. Zo krijgt elk gesprek vanzelf een vorm die past bij de persoon die aanschuift.
Ik krijg hele leuke reacties van wetenschappers die zeggen, wat fijn om eens met een echt breed publiek te kunnen spreken.
‘Gesprekken op Plekken is ontstaan uit Even Over Morgen. Dat was een soortgelijk project waarbij onderzoekers in gesprek gingen met mensen op openbare plekken. Het begon in 2021, tijdens het Lustrum van de Universiteit Utrecht. Voor dat lustrum wilden we met verschillende initiatieven vragen ophalen uit de samenleving: wat houdt mensen bezig en waar willen ze graag een antwoord op vanuit de wetenschap? Al die vragen werden uiteindelijk verzameld in één lijst waar mogelijk verder onderzoek naar gedaan zou worden.
Vanuit het Centrum voor Wetenschap en Cultuur bedachten we Even Over Morgen als manier om die gesprekken te voeren. Als locatie kozen we wijkbibliotheken, omdat dat een mooie laagdrempelige plek is. Mensen kwamen binnen om een boek te lenen of iets te printen en kregen de vraag: “vind je het leuk om even in gesprek te gaan?” Dat deden ze verrassend graag.
Dat deden we twee weken achter elkaar. Na dat jaar dachten we: dit is zo’n mooi project, dit willen we vaker doen. Zo is Gesprekken op Plekken ontstaan: door het hele jaar heen, op meer verschillende locaties, en met dezelfde basis. Een wetenschapper die gaat zitten, een host die mensen aanspreekt en een gesprek dat vanzelf ontstaat, met een naam die precies zegt wat het is: Gesprekken op Plekken.’
Lieke Dekker
Bij Even Over Morgen moest elk gesprek eindigen in een onderzoeksvraag. Niet iedereen heeft meteen een vraag paraat, en het gaf het gevoel dat er in korte tijd iets moest worden gepresteerd. Bij Gesprekken op plekken is de verplichting weg en voelen gesprekken daardoor minder geforceerd.
Een uitnodiging als “wil je met een wetenschapper praten?” is een hoge drempel. Mensen voelen de hiërarchie en een groot verschil in kennis. De vraagstelling anders verwoorden: “Er zitten hier een aantal mensen die een bijzonder verhaal vertellen. Vind je het leuk om daar even naar te luisteren en om er over door te praten?” helpt om die drempel weg te halen.
Sommige gesprekken gingen niet meer over het onderzoek maar over persoonlijke onderwerpen van bezoekers, zoals rouw of eenzaamheid. Dan duurden ze al snel veertig minuten, en onderzoekers moesten in zulke situaties stevig in hun schoenen staan. Een vaste tijdsgrens geeft hen een duidelijk moment om af te ronden en door te gaan.
In de bibliotheek stappen mensen makkelijk aan, maar zonder iemand die actief uitnodigt blijven tafels snel leeg. Wetenschappers willen niet zelf voorbijgangers aanspreken, en bij een minder actieve host ontstaan direct gaten waarin niemand aanschuift. Een host die mensen duidelijk en vriendelijk benadert, maakt meteen verschil in hoeveel gesprekken er plaatsvinden.
